|
Het partijkantoor
van de PvdA bevindt zich in Amsterdam, dat van de LPF in Rotterdam.
Het kabinet-Balkenende bestaat goeddeels uit bewindslieden die in de
regio Rotterdam wonen. De partijelite van de uitdager, de PvdA, woont
in de hoofdstad.
Met de aanwijzing
van Amsterdams burgemeester Job Cohen gaf Wouter Bos gistermiddag bij
de pont over het IJ twee signalen af. De eerste is dat de paarse
politici weer staan te trappelen om revanche te nemen op de
vernedering in mei 2002. Wie stond er lachend over de schouder van Bos
mee te kijken? Inderdaad, Klaas de Vries. Het tweede signaal is dat
Bos van de verkiezingen woensdag een derby maakt: Amsterdam tegen
Rotterdam.
Of deze twee
signalen de Bos-zege nog verder zullen vergroten of deze ietwat zullen
afflauwen is de vraag. Ik gok op het laatste, omdat Bos ongewild
‘the winning mood’ verstoort met het herleven van de
Fortuyn-emotie en de afkeer van veel Rotterdammers en overige
Nederlanders van alles wat met Amsterdam te maken heeft.
De zege van de PvdA
met Cohen als premiers-kandidaat zou niet alleen electoraal een
revanche betekenen op de Rotterdamse LPF, ook politiek-symbolisch zou
het gedachtegoed van Fortuyn een ideologische nederlaag lijden,
teruggedreven worden in ‘het Rotterdamse hok’ waar het is geboren.
De PvdA zou weer de Partij van de Amsterdamse Intellectuelen worden
die ze bijna altijd is geweest. ‘De Rotterdamse aanpak’ die zowel
in Rotterdam werd getoond – Leefbaar Rotterdam met de ‘gekozen’
burgemeerster Opstelten – als tot uiting kwam in het Strategisch
Akkoord, zal in de komende PvdA-CDA-regering vervangen worden door het
Amsterdamse neo-paarse model van ‘de boel bij elkaar houden’ (Job
Cohen), zonder duidelijke keuzes te maken, behalve dan op het terrein
van veiligheid en integratie. Dat zijn de punten die bijna elke partij
van de LPF heeft overgenomen.
Dat het fortuynisme
een Rotterdamse beweging is, is zonneklaar. Of beter: een
Zuidhollandse beweging. De LPF won hier de meeste stemmen, in
Amsterdam de minste. Van de paar honderd mensen die zich kandidaat
stelden voor de LPF-lijst kwam slechts eenderde uit Zuid-Holland. Maar
van de 40 leden die nu op de lijst staan meer dan de helft.
Waren vooral de
LPF-bewindslieden afkomstig uit de regio Rotterdam – De Boer, Van
Eijk, Nawijn – de sympathisanten of hulpverleners uit wetenschap en
media wonen of werken ook in Rotterdam, aan de Erasmus Universiteit
als wetenschapper, zoals de politicoloog Rinus van Schendelen, en
ondergetekende. Een wetenschapper uit Amsterdam was nergens te
bekennen. Hetzelfde geldt voor mensen uit journalistiek en televisie.
De opgestapte Journaal-hoofdredacteur Nico Haasbroek,
tv-maker/cabaretier Wilfried de Jong, de columnist/publicist Sylvain
Ephimenco.
Dat de redacties
van de grote kranten alle pro-paars waren en nu anti-LPF zijn, dat is
overbekend. Alleen de hoofdredacteur van de in Rotterdam gevestigde
krant Algemeen Dagblad vaardigde in de lente van 2001 een oekaze uit
om op te houden met het vooringenomen geschrijf over Fortuyn.
Opmerkelijk is dat die schaarse redacteuren die op Fortuyn stemden of
met hem sympathiseerden, dit aan mij vertelden of mailden met het
nadrukkelijke verzoek dit niet te vertellen. Zij wonen bijna alle in
Rotterdam.
De columnisten en
publicisten die al anderhalf jaar de trom roeren over het populisme
danwel ‘fascisme’ van de Fortuyn-beweging wonen bijna alle in of
rond Amsterdam, Hofland, Blokker, Van Dam, Smeets, Etty, Mak, Van den
Brink, te veel om op te noemen.
De neiging van
diverse grachtengordel-intellectuelen om de PvdA te verruilen voor de
SP van miljonairs zoals Harry de Winter en Derk Sauer (die nog in de
slag waren om Het Parool te kopen) zal nu wel voorbij zijn. Ze hebben
alle hun trots hervonden, ruiken de macht weer en de invloed voor het
weldenkende Amsterdam boven het platte Rotterdam.
Met Cohen krijgen
de verkiezingen van woensdag het karakter van een directe derby
Amsterdam-Rotterdam, van een ideologische veldslag tussen de twee
steden die ook staat voor een veldslag tussen restoratie van de paarse
intellectuele elite en de zogenaamd anti-intellectuele opgestroopte
mouwen-doeners uit de Maasstad.
Electoraal
gesproken gaat de strijd woensdag tussen de PvdA en CDA/VVD,
ideologisch tussen het fortuynisme en het anti-fortuynisme. Hiermee
worden op de valreep opnieuw emoties opgeroepen die de LPF terugbrengt
op het podium. Hoe beperkt deze re-emotionalisering van de
verkiezingsstrijd ook zal zijn, de Bos-zege zal er iets minder groot
door worden. Want tegenover het eeuwenoude dedain van Amsterdam
tegenover Rotterdam staat een even oude afkeer, zo niet haat, van
Rotterdammers tegenover Amsterdam. De beelden van het tripje van de
LPF-top naar Provesano gisteren zullen wellicht de tegenstelling
tussen emotie en beheerste weldenkendheid versterken. Zeker lijkt wel
dat de Fortuyn-emotie woensdag een veel grotere rol zal spelen dan
menigeen dacht of hoopte.
Henri Beunders
Hoogleraar
geschiedenis van maatschappij, media en cultuur Erasmus Universiteit
Rotterdam |