Media Matters

 

home | e-mail | English | Zoeken

In het nieuws
Publicaties         
 Boeken
 Artikelen
 Recensies
Persoonlijk           
Interactief
Contact
In het nieuws  
 

Misverstand: Nederlanders zijn anti-koloniaal of Het verlangen naar getto’s 

Verschenen in: De Gids, mei/juni 2004, themanummer Misverstand Nederland, 348-353.

 

Nederlanders vinden zichzelf kosmopolitisch. En dat zijn ze ook, op vakantie. Die vakantie-kosmopolieten geloven dat zij moeiteloos aansluiten bij de grote vaderlandse traditie van wereldwijde handelaars die wisten wat er te koop was in de wereld. Geen cultuur te ver of vreemd, of wij gingen er op bezoek, korter of langer. Voor het geld, voor de kolonisatie, voor de verspreiding van Gods woord. Want Nederlanders weten niet alleen wat goed is voor henzelf, nog beter weten ze dat voor anderen.

In reactie op de afgedwongen dekolonisatie (Indonesië, 1949, Nieuw-Guinea, 1962 en Suriname, 1975) werd ‘maakbaarheid’ het nieuwe geloof van de postkoloniale, ontkerstende samenleving die Nederland vanaf de jaren zestig wilde worden. Nu het was teruggeworpen op het eigen grondgebied, zou het van die zompige polder een paradijsje maken. Een miniatuur-Amerika, maar dan zonder al die schaduwzijden die daarginds te zien waren: het wapengeweld, de valse glitter van Hollywood, de oorlogszuchtige buitenlandse politiek, de grote kloof tussen arm en rijk, het racisme en de daarbij behorende getto’s waar die zwarten werden opgeborgen.

Extern kwam de gemoderniseerde variant op de koloniale tijd tot uiting in de grote populariteit van de Derde Wereld als object om helpenderhand tot paradijs om te kneden. Daadwerkelijk door allerlei artsen en ingenieurs die een paar jaar in Afrika of waar ook hun heilzame werk deden. Thuis door geld te gireren dat het een aard had. Het liefst tijdens een nationale tv-inzamelactie voor het goede doel ver weg. In geen land ter wereld waren tussen 1960 en 2000 de opbrengsten van dergelijke acties per hoofd van de bevolking zo hoog als in Nederland. Ontwikkelingshulp is nog altijd een bijna onaantastbaar geloofsartikel in de Nederlandse politiek.

En intussen kwamen de immigranten naar Nederland. De mensen uit Indië eerst, toen de ‘gastarbeiders’ uit het gebied rond de Middellandse Zee, na 1975 de Surinamers. Daarna volgde een ware stroom van asielzoekers, die zijn hoogtepunt bereikte rond 2000. Zo wonen er inmiddels op een bevolking van 16 miljoen alleen al 1 miljoen moslims in Nederland. De ‘opstand van de burger’ in 2002 was een reactie op deze toestroom. Hierover brak bij de gevestigde orde grote paniek uit. Populisme! Vreemdelingenhaat! Racisme! In Nederland!

Sindsdien woedt er een heftig debat over de vraag hoe het zo ver heeft kunnen komen in dit vredelievende polderparadijs. Het had zich immers zo aardig en redelijk ontwikkeld tot een tolerant en permanent multicultureel dansfestijn, een geslaagde proeftuin voor de rest van de wereld?

Een van de antwoorden op het waarom van deze voor velen zo abrupt gekomen omslag in aard en imago van Nederland wordt gezocht in de niet geslaagde psychische verwerking van het grootste trauma uit de vaderlandse geschiedenis: de dekolonisatie, in het bijzonder het verlies van Indië in 1949. De schaamte over al het geweld dat daar was toegepast, ook in de laatste fase van oorlog om de onafhankelijkheid te voorkomen, zou de generatie der babyboomers ertoe hebben gebracht om op pacifistische én ethische wijze een nieuw project van verheffing van de arme en verdrukte medemens ter hand te nemen. In Nederland zelf, en ook in de Derde Wereld, Afrika voorop.

Maar kunnen we wel volstaan met schaamte (én naďveteit) als verklaring voor de warme verwelkoming van het idee van de multiculturele samenleving in Nederland door de nieuwe babyboom-elites? En als verklaring voor de ontnuchtering, ja de schok, over ‘het multiculturele drama’, dat zich zonder dat velen het wilden zien bleek te voltrekken doordat er van integratie nauwelijks sprake bleek?

Nee, schaamte en naďveteit zijn niet voldoende als verklaring. Als derde emotionele voedingsbodem voor de houding van sommige groepen Nederlanders tegenover de multiculturele samenleving kunnen we de getaboeďseerde emotie van de afgunst niet zonder meer negeren. Welke afgunst? De afgunst op die koloniale tijd. De babyboomers hebben door hun geboortejaar nooit het genoegen kúnnen smaken die zelf te hebben meegemaakt.

Natuurlijk, er was bij heftige mensen in de jaren zestig en zeventig veel verlangen naar verre paradijzen. Maar de sympathisanten van Che Guevara, Mao Zedong en Pol Pot of Afrikaanse heilstaten-in-wording als Tanzania, Mozambique of El Salvador zagen zichzčlf nooit als onderdrukten. Altijd als leider, of het nu als ontwikkelingswerker was, betrokken politicus of ‘participerende’ journalist. Hoe goed de uitwerking soms ook was, er zat altijd een element van bevoogding in. Wíj helpen júllie naar een betere toekomst.

Helaas voor deze ‘bevrijders’ verdween in de jaren tachtig de ene na de andere verre heilstaat in het moeras, uiteindelijk verdampte de hele onderliggende droom van communisme en socialisme. Ook deze kosmopolitische revolutionairen werden, uiteindelijk, teruggeworpen op het grondgebied van de Lage Landen aan de Zee zelf.

Het is waar, we kunnen de migratiestromen van de afgelopen decennia alleen maar als westers zo niet wereldwijd fenomeen begrijpen. Toch was de houding die de diverse Europese landen ertegenover innamen heel verschillend. Feit is immers dat Nederland (het dichtstbevolkte land in Europa) vanaf de jaren negentig van alle EU-landen het grootste aantal asielzoekers en vluchtelingen heeft opgenomen. Waarom? Misschien wel hierom. Omdat het enige stukje land ter wereld waar we ons nog met ‘ethische politiek’ en ‘verheffing van de verdrukten’ bezig konden houden, onze eigen ‘polder’ zelf bleek te zijn.

Zo begon Nederland, na het mislukte koloniale avontuur, en na het eveneens mislukte anti-koloniale avontuur in de Derde Wereld, na de val van de Muur aan een nieuw koloniaal project, binnen de eigen dijken. Zo is ook te verklaren dat niet de eerdere immigranten, zoals Indische Nederlanders, Grieken, Italianen, Spanjaarden, Portugezen, Marokkanen en Turken – die moesten het goeddeels zelf maar uitzoeken ondanks alle solidariteitsuitingen - maar de asielzoekers die vanaf 1990 van waar ook ter wereld aankwamen, het nieuwe object werden om de aloude ethische taak uit te voeren ‘waarin een klein land groot kan zijn’. Het is ook tekenend dat dit nieuwe ‘koloniale project’ van de asielzoekers vooral werd gedragen door groepen en partijen die de vooroorlogse koloniale tijd daarginds niet of nauwelijks zelf hadden meegemaakt: D66, de PvdA, GroenLinks en ook een flink deel van de confessionelen.

We kunnen ons dus afvragen of het wel louter onbaatzuchtige medemenselijkheid was, of de behoefte om hopman te zijn of onderwijzer, die schuil ging achter alle (ongetwijfeld ook oprecht aanwezige) kosmopolitische tolerantie en humaniteit waarmee elke asielzoekers vanaf de jaren negentig werd verwelkomd. Dat wil zeggen in ‘de politiek’ en in ‘de media’ (niet in brede lagen van de maatschappij zelf, zoals in 2002 bleek). Moeten we niet nog dieper graven in de krochten van de psyche van ‘het weldenkende deel der natie’?

Ja, en daar zouden we wel eens kunnen ontdekken dat die geproclameerde behoefte aan een egalitaire en vreedzame multiculturele samenleving slechts de façade was voor de behoefte aan een nieuwe koloniale samenleving. De praktijk van de zwarte, illegale werkster bij de welvarende kosmopolitische tweeverdieners – ook journalisten en politici - was er slechts het eerste teken van. De bijna stiekeme dagelijkse tocht per fiets van vele progressieve ouders met hun kinderen achterop naar die blanke school in die betere wijk een ander. Toen de verzwarting van de scholen niet meer te ontkennen was, kwam, als een konijn uit de hoge hoed, plotseling de politieke theorie dat ‘onderwijs in eigen taal en cultuur’ toch ook veel beter was voor het behoud van de identiteit van de nieuwkomers. Begrip voor het anderszijn van de ander ligt hier werkelijk zeer dicht tegen onverschilligheid aan. En dan is verdringing een niet onbekende volgende stap.

Na ‘de opstand der burgers’ in 2002 tegen de met zoveel sociaal-psychologische ontwrichting (huisvesting, vervreemding, criminaliteit) gepaard gaande multiculturele samenleving klonk unisono de eis van ‘integratie’ van de vreemdelingen’. Deze wanhoopskreet was niet alleen gebaseerd op een nieuwe illusie – namelijk dat zij allemaal met ons zouden wíllen integreren -  maar draagt ook een flinke dosis schijnheiligheid in zich. Die ‘boze burgers’ zelf - door de progressieve weldenkenden als ‘blanke onderklasse met onderbuikgevoelens’ weggezet – waren aanvankelijk niet onwelwillend om te integreren met de allochtonen. Maar de sociale verschillen waren te talrijk en te groot, en deze werden bovendien door de overheid gecultiveerd. Niet-aanpassing werd gesubsidieerd. Dát maakte hen furieus. Ze waren vreemdelingen in hun eigen wijk geworden, voelden zich verlaten door de overheid. Dáárom voelden de inwoners van het net betrokken veilig gewaande Suburbia-paradijsje zich ook bedreigd door vreemdelingen. En kozen zij voor sociale en fysieke geborgenheid onder elkaar, voor segregatie dus.

Maar geldt dit niet ook voor vele progressieve pleitbezorgers van de multiculturele samenleving zelf? Feit is immers dat de overheid – ook op lokaal niveau - in de afgelopen decennia heel weinig werk heeft gemaakt van die integratie. Met bakken subsidie laat je ‘de allochtonen’ niet in hun waarde. En intussen zag de overheid lijdzaam toe hoe de werkloosheid onder allochtonen bizar hoog werd, hoe de sociaal-economische ongelijkheid Amerikaanse vormen aannam, en hoe er zwarte scholen en getto’s kwamen. Waarom?

Naast de schaamte en naďveteit is het misschien toch ook de afgunst op die koloniale tijd van de ouders en grootouders, van de elites van weleer, die deze nonchalance kan verklaren. Of is het wellicht nog erger? En was deze nonchalance wél onbewust de bedoelde uitkomst. En stoelde die uitkomst op deze nooit uitgesproken wens: wij, - de ’68-generatie - willen niet alleen de intellectuele en culturele elite zijn en blijven van dit land, maar willen dat ook in sociaal-economisch opzicht zijn: omringd door ‘de lagere stand’, liefst van allerlei kleur, zwervers en daklozen geen bezwaar. Dat maakt de elitepositie nog kosmopolitisch ook.

Zelfs de goedwillende Mr. Average in de nieuwgebouwde Suburbia’s in de polder kan zich zo stiekem een koloniaal voelen ten opzichte van die ‘arme sloebers’ in de 19e eeuwse buurten van de Randstad, die gekleurde en inmiddels even gevreesde als geminachte metropool waar hij zo min mogelijk komt.

Na al die mislukte projecten op basis van het Nederland Gidsland-idee vormen de getto’s en de zwarte scholen in Nederland voor de hedendaagse babyboom-elites in de betere wijken misschien niet het gedroomde paradijs. Maar wel next best. En het koloniale gevoel dat nu het mislukte gevoel van revolutionaire bevrijder vervangt, blijkt voor velen helemaal niet zo slecht te smaken. Misschien wel zo goed, dat we moeten vrezen dat de afgunst op het koloniale machtsgevoel (inclusief de hang naar hiërarchie en segregatie) van meet af aan tot de driving forces achter het multiculturele project heeft behoord.

Zo past de praktijk van het heden toch weer in een oerhollandse traditie. Immers, het standsgevoel en het getto-denken zijn altijd even sterk geweest als het egalitarisme en kosmopolitisme van de Nederlanders.

 

Henri Beunders (1953) is sinds 1990 hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur aan de Erasmus Universiteit. Daarvoor was hij redacteur bij NRC Handelsblad. Zijn laatste boek is Publieke Tranen. De drijfveren van de emotiecultuur (2002). In 2004 verschijnt een boek over de relatie tussen Politie en Media. Meer info: beunders.com.

 

 
 

                                   

Op deze pagina vindt u een artikel, welke is afgedrukt in de Gids mei/juni 2004. Themanummer Misverstand Nederland

- Artikel, Irak: Nederlandse media gijzelen zichzelf, december 2004
- Lezing, De beklemmende elite en Andre hazes, 2 oktober 2004
- Artikel de Gids, Nederlanders zijn anti-koloniaal of het verlangen naar getto's, mei/juni 2004
- Ingezonden brief, Columnisten tonen liever hun gelijk dan hun hart, de Volkskrant, 26 maart 2004
- Artikel, het verleden is een koektrommel? de Volkskrant, 25 februari 2004
- Ingezonden brief, Waarom die taboeďsering van het Huis der Historie? de Volkskrant, 25 februari 2003
- Artikel, Fragment, Trouw 3 maart 2003
- Opinie, Beheerst weldenkend, NRC Handelsblad 1 februari 2003
- Opinie, Met Cohen is het nu Amsterdam vs Rotterdam, Volkskrant, 21 januari 2003
- Opinie, De verstandige kiezer bestaat niet, 17 januari 2003
- Opinie, The medium is not the message, Volkskrant 14 januari 2003
- Interview, Het dedain van de elite stoort mij enorm, Groene Amsterdammer, 21 december 2002
- Opinie, Florida-toestanden dreigen bij verkiezingen, 25 November 2002
- Artikel, Elite: stop het schelden, 19 september 2002
- Artikel, De indruk van een afdruk, 17 augustus 2002
- Artikel, De koploze revolutie in Fort Knox, 15 mei 2002, 23.30 uur
- Opinie AD, De 151e zetel voor Pim, 7 mei 2002
- Een ooggetuigeverslag 6 mei 2002
- Interview P magazine, De onstuitbare opmars van de emotiecultuur - mei 2002
- Artikel, the medium is not the message, 5 mei 2002
- Interview Humanist, mei 2002
- Interview Erasmus Magazine - 25 april 2002
- Artikel, Kern Fortuyn's succes: reactionair modernisme - NRC, 23 maart 2002
- Opinie, Journalisten moeten pen scherpen - Volkskrant, 13 maart 2002
- Interview Flair magazine -  maart 2002
- Interview HP de Tijd - 15 februari 2002
- Opinie, Fortuyn en de Emo-revolutie - Trouw, 13 februari 2002
- De Maxima Show - Elsevier 9 februari 2002
- Interview Volkskrant - 2 februari 2002

Alle documenten zijn beschikbaar in PDF formaat. U heeft hier Acrobat Reader voor nodig. Wanneer u dit nog niet heeft geďnstalleerd kunt u het hier gratis downloaden.

Adobe PDF

 


webmaster

Best viewed with Internet Explorer 5.0 or higher