|
Ja, televisie is in
deze campagne belangrijker dan ooit. En ja, de lijsttrekkersdebatten
worden gepresenteerd als wedstrijden in de Champion’s League. Dus
met oeverloze voor- en nabeschouwingen waarbij de ‘spin’ die
commentatoren geven aan de prestaties van de spelers soms belangrijker
is dan het spel zelf. Maar het idee dat het er niet meer om gaat wat
je zegt, maar hoe je overkomt op tv, en dat het ook belangrijk is of
je goed kunt flipperen of gewaagd in een trapeze kunt hangen, is
modieuze onzin. De boodschap, en de persoon die die deze verkondigt,
blijft doorslaggevend.
Het heilige geloof
in de woorden ‘mediageniek’ en ‘charisma’ is ontbloot van elk
historisch besef. Altijd gaat het om de boodschap, het tijdsgewricht
en de persoon, en wel in deze volgorde. Het is de behoefte aan een
duidelijke, geloofwaardige en opwekkende boodschap die geprojecteerd
wordt in de persoon die deze verkondigt, zoals Pim Fortuyn vorig jaar
bewees. Maar ook als er helemaal geen profeet voorhanden is, kan de
revolutie uitbreken. De DDR liep in 1989 leeg als een ballon. Pas
daarna begonnen de Oostduitsers in Helmut Kohl de verlosser te zien.
En zijn boodschap was een soundbite: Wiedervereinigung, blühende
Landschaften. Hij bezat nog geen fractie van het charisma van zijn
tegenstander Willy Brandt, maar die sprak voor half lege pleinen, Kohl
won.
Hetzelfde gold
eerder voor Margaret Thartcher en later voor ‘winnaars’ als George
Bush jr. en Le Pen: onwaarschijnlijke figuren die eerder ondanks dan
dankzij hun eigen persoonlijkheid triomfen wisten te boeken. In
verwarrende tijden moet de boodschap een soundbite zijn, die
tegelijkertijd de top is van de samenhangende toekomstvisie die er als
een piramide onder staat. In 1992 trok iemand uit een Amerikaans
provinciestadje met een en dezelfde boodschap het land door met zijn
saxofoon: ‘it’s the economy stupid!’. En hij won van de
triomfator van de Golfoorlog. Hetzelfde deed Pim Fortuyn eind 2001 met
zijn boodschap ‘Nederland is vol’. De politie moest in sommige
plaatsen het verkeer regelen om de toestromende massa te reguleren.
Pas daarna had hij aan televisie voldoende. Als geen ander wist hij
temidden van alle tv-idioterie zoals de Soundmixshow te schitteren.
Maar het was niet de tv, maar de man en zijn boodschap zelf.
Natuurlijk, net als
Clinton was Fortuyn meer dan een boodschap. Hij liet zien welk een
ongekende aantrekkingskracht in het juiste tijdsgewricht uitgeoefend
kan worden als de boodschap ook nog vertolkt wordt door een
fascinerende persoonlijkheid. Net zoals Colijn, Drees en Den Uyl dat
ook deden. De grote verschillen tussen deze vier politici in stijl en
persoon – streng, saai, bevlogen, exuberant – bewijst dat de
inhoud en kracht van de boodschap en het geloof erin bijna elke
politicus tot een ‘echt’ persoon kunnen maken.
Alle geklaag over
de verwording van de stembusstrijd tot ‘mediacratie’ slaat dus de
plank mis. Evenals het geklaag over de media-uitsluiting van sommige
lijsttrekkers zoals Thom de Graaff. Als hij een krachtige boodschap
had, zou het volk in het land toestromen, en daarna zouden media
vanzelf komen. Maar wie komt er zijn huis uit voor de boodschap dat je
ook tegen de chador bent en 2e pinksterdag wilt verruilen
voor de verplichtige viering van de 5e mei? In deze tijd
van veiligheid, bijna-oorlog en economische recessie willen mensen een
andere boodschap horen.
De
verkiezingsuitslag wordt bepaald door de mentale onderstroom, het
oceanische gevoel, en dat gevoel beweegt zich nu van de veiligheid op
straat naar de veiligheid van inkomen. Wie hier geen krachtige,
duidelijke boodschap over heeft, kan beter thuis blijven. Dit wil niet
zeggen dat de zeilwedstrijd op de oppervlakte niet belangrijk is. Het
is interessant om naar te kijken, maar de kijkers hebben goed door of
de schippers, die raar laveren of zelfs overstag gaan, het zicht
houden op het einddoel, of dat ze zo vooral wat opzichtig schipperen
om maar in beeld te komen. Dat politici, net als vorig jaar, bijna
letterlijk alles doen om maar op tv te komen, is tamelijk naief. Vele
kijkers zijn er doodmoe van, van al die Netwerk- en Nederland
Kiest-uitzendingen. Men ziet haarscherp dat hier vooral veel en gratis
zendtijd moet worden gevuld. Zo zijn veel omroepen en politici weer
bezig de vorige oorlog te voeren. De aantrekkelijkste programma’s
zijn het nieuwste formrat – Lijst 0 met Katja Schuurman en Bridget
Maasland - en het oudste, namelijk het rechtstreekse debat.
De grote debatten
lijken intussen meer op een verbale bokswedsstrijd dan op een
beschaafd en sierlijk duel op het floret. Ook al doen de omroepen er
alles aan om deze debatten zoveel mogelijk uit te melken, debatten
zoals op de Erasmus Universiteit, zijn reuze spannend. Maar ook hier
werd duidelijk dat charisma en verbale begaafdheid niet opwegen tegen
gebrek aan aantrekkelijke boodschap. Twee voorbeelden. Voor Zalm
geldt: de ene boodschap (Nederland is vol) is gejat, de andere (meer
bezuinigen) is niet aantrekkelijk, en een nieuwe boodschap (directe
verkiezing burgemeester) durft hij nog niet te brengen. Marijnissen
bewijst het povere begrip van het begrip charisma. Charisma wordt
grotelijks bepaald door de behoeftes en verlangens van de aanhang. Na
Fortuyn wilden velen in Marijnissen een nieuwe held zien, pas nu ziet
men de socialistische boodschap die hij verkondigt, en plotseling
vermindert zijn ‘charisma’ zienderogen. Zalm en Marijnissen zullen
verder terugzakken in de peilingen.
De kwaal van de
‘mediacratie’ is niet zozeer dat de lijsttrekkers zich tot slaaf
maken van de media en zichzelf hiermee soms ronduit belachelijk maken.
Politici met zelfrespect en visie blijven in alle omstandigheden
overeind. Nee, de ernstigste verstoring van het beeld dat de kijkers
krijgen van de politici en hun boodschap wordt veroorzaakt door de
commentatoren voor, tijdens en na de wedstrijd. Met hun ‘spin’
over wie gewonnen of verloren heeft, beinvloeden zij sterk de uitslag
van de telefonische enquetes die later op de avond gehouden worden
onder de kijkers, en daarmee de peilingen.
Verkiezingsonderzoek
in Amerika heeft de enorme invloed van gespreksleiders en
commentatoren aangetoond. Beroemd voorbeeld: de debatten tussen
Mondale en Reagen in 1984. Gespreksleiders Tom Brokaw (NBC) en Dan
Rather (CBS) bleken volstrekt neutraal te kijken, maar niet Peter
Jennings (ABC). Zijn gezicht begon elke keer te stralen als Reagan wat
zei. ABC-kijkers bleken veel meer op Reagan te hebben gestemd dan CBS-
of NBC-kijkers. Kijkers reageren op de geringste tekens op het gelaat
en in de houding van de de presentatoren. Hoe Witteman of Wester kijkt
is dus voor onzekere kijkers belangrijker dan wat de politicus aan
tafel zegt. Daarom is een schaakklok democratischer dan een
gespreksleider. Niettemin, Fortuyn heeft vorig jaar bewezen dat de
boodschap stand houdt, ook als de meeste commentatoren voortdurend hun
neus optrekken. Nu zijn boodschap gewonnen heeft, en de debatten over
vol en veiligheid al unisono saai zijn geworden, zal het debat
verschuiven naar dat over een veilig inkomen. Omdat dit debat minder
emotioneel en gevoeliger is voor interpretatie is, zal de uitslag
behalve door de boodschap in sterkere mate bepaald worden door de
vraag hoe de gespreksleiders en commentatoren erbij kijken, en hoe ze
de beelden van de debatten achteraf nog eens monteren.
Maar hoe dubieus de
‘mediacratie’ in dit opzicht ook is geworden, doorslaggevend zal
het niet zijn. Want bijna de helft van de kiezers vindt dat ‘de
media’ geen betrouwbaar beeld van de werkelijkheid schetsen. Ze
zullen dus blijven speuren naar de echte boodschap die de politici
proberen te verkopen, of juist te verdoezelen.
Henri Beunders
Hoogleraar
geschiedenis van maatschappij, media en cultuur Erasmus Universiteit |