Media Matters

 

home | e-mail | English | Zoeken

In het nieuws
Publicaties         
 Boeken
 Artikelen
 Recensies
Persoonlijk           
Interactief
Contact
In het nieuws  - Journalisten moeten de pen weer scherpen
Journalisten moeten de pen weer scherpen
Uit: de Volkskrant, 13 maart 2002, Forum-pagina

Henri Beunders 

De gevestigde politieke orde ligt onder vuur, en probeert zich op alle mogelijke manieren aan het veranderde tij aan te passen. Melkert, die Nederland opriep wakker te worden, is zelf intussen wakker. Net zoals ‘de wakkere krant van Nederland’, De Telegraaf, die als VVD-krant tegen Fortuyn schreef en hem nu ineens alle ruimte geeft. Kortom, iedereen is wakker geschud. Of niet?

Opmerkelijk genoeg zijn het de kwaliteitskranten zelf die ook nogal moeite hebben gehad met het ontwaken. Zij zijn onder Paars te veel onderdeel geworden van het mediapolitieke establishment. Daarom is er een herleving nodig van New Journalism, de manier waarop de journalistieke angry young men in de jaren zestig de maatschappelijke verhoudingen en de machthebbers kritisch bejegende, en de kritiek in een nieuwe journalistieke taal verwoordde: geestig, literair en vooral duidelijk.

Niemand kan zeggen dat de kranten de afgelopen paar decennia er niet veel aan hebben gedaan om de kloof met de lezer te dichten. De krant werd van een verzuilde krant een breed platform, de onderwerpen en presentatie werden populairder. Deze trend ging ook aan De Volkskrant niet voorbij, integendeel. Lezers mochten zelf in de krant schrijven, de stoet columnisten werd zozeer uitgebreid dat ze bijna het hele gevestigde politiek-maatschappelijke spectrum weerspiegelden, inclusief vrouwen en allochtonen.

Zo is de krant een bont palet van meningen geworden, maar vaak van de vlotte soort. Want om de strijd met de tv te winnen was het devies: zo kort en leuk mogelijk. De krant moest voortaan, net als de tv, voor elk wat wils bieden, en liefst hapklaar. Veel van die veranderingen betekenden een hele verbetering bij de voorgeprogrammeerde, ‘verzuurde’ krant die voornamelijk weemoed uitstraalde naar de jaren-Den Uyl. Die cultuuromslag te bewerkstelligen was a hell of a job, en ik neem mijn petje er voor af.

Zoals Kok begin jaren negentig zijn ‘ideologische veren’ afschudde, zo deden kranten als de Volkskrant dat dus ook. Bij alle journalistieke verbeteringen en bij alle bewondering voor de enorme klus om een krant temidden van ontzuiling en ontlezing overeind te houden, zijn hierbij echter een paar cruciale dingen teveel verwaarloosd. De eerste is dat met de ontideologisering het kind met het badwater is weggegooid. Met het gejubel over de verdrijving van het CDA uit het bolwerk van de macht, en over de komst van Paars, werd behalve definitief afscheid van de Den Uyl-ideologie ook door te veel journalisten afscheid genomen van de kritische journalistiek. Want Den Uyl mag veel verkeerd hebben gezien, zoals de behoeften van ‘de gewone man’, maar wat hij in 1973 in zijn regeringsverklaring zei was een waar woord: ‘waar visie, waar uitzicht ontbreekt, komt het volk om’.

Wie nu spreekt van ‘de verloren jaren van Kok’, zoals PvdA-sympathisant en publicist Paul Scheffer onlangs in NRC Handelsblad en in Buitenhof deed, heeft wel gelijk, maar vergeet dat er in de meeste media zelf onder Paars ook nog tal van taboes bleven bestaan – immigratie, WAO, criminaliteit. En dat er tegelijk een kritiekloze houding ontstond tegenover alles wat zich ‘topmanager’ noemde. Bij deze verafgoding van al het nieuwe en commercieel succesvolle, bleef driekwart van de dagbladjournalisten zich ‘links’ noemen. De mens kan blijkbaar wel één keer maar niet twee keer van zijn geloof vallen. Dat is jammer, want er was al vanaf 1994, zoals nu wel blijkt, voldoende reden om Paars kritisch te volgen. Dat is te weinig gebeurd. De reden: de journalisten hadden daartoe voor zichzelf een nieuw ideologisch kader – met ‘linkse’ en ‘rechtse’ elementen -  moeten scheppen van waaruit men voortaan de gebeurtenissen bekeek. Dat gebrek aan een nieuw maatschappijbeeld wreekt zich nu. Zonder eigen visie en uitzicht vergroten de media eerder de onduidelijkheid dan dat ze deze reduceren.
zo heeft die ontideologisering ertoe geleid dat op het uithangbord van de krant het woord ‘links’ weliswaar vervangen werd door ‘objectiviteit’, ‘onafhankelijkheid’ en ‘professionaliteit’, maar dat het winkelpersoneel binnen, de journalisten, zich steeds onzekerder voelden, en de klant steeds meer naar de mond praatten. Ze noemden zich nog wel ‘progressief’, maar leidden intussen zelf al lang een tamelijk verburgerlijkt bestaan. In het grootscheepse enquête-onderzoek waarop Mark Deuze deze week is gepromoveerd, Journalists in the Netherlands, komt een scherp beeld naar voren van ‘de doorsnee-journalist’: een blanke, wat oudere man, links, niet-religieus, afkerig van internet, die ambitieus is, dat wil zeggen niet graag met primeurs komt maar graag wil ‘duiden’ in analyses. Ook al is er het nodige af te dingen op deze studie, sommige conclusies zijn tamelijk schokkend. Zoals deze: ‘De meeste journalisten hebben weinig tot geen contact met het publiek. De meeste tijd wordt op de redactie, achter het computerscherm doorgebracht. De journalistiek is met andere woorden een ‘gewone’ bureaubaan’, aldus Deuze. Dat is geen geen goed nieuws, zoals hoofdredacteur Pieter Broertjes, die een instemmend voorwoord schreef, ook terdege inziet. Hij zoekt de oplossing terecht in betere opleidingen en in grotere interactiviteit met de lezer. Er is meer nodig, namelijk een nieuwe visie bij de journalist zelf.

Een ander gevolg van de ontideologisering - lees: heimelijke verburgerlijking en verrechtsing, van de gevestigde dagbladjournalistiek - is het kwalijke neveneffect van die op zich goede pogingen om de lezer bij de krant de betrekken. Hierdoor is de tendens versterkt om te denken dat het nieuws (via anp, tv en internet) én de meningen (via de lezer en de columnisten) wel naar die bureaustoel op de krant toekomen, en dat je er zelf niet meer op uit hoeft te trekken. Het resultaat was niet the best of both worlds, eerder het omgekeerde. De ‘duiders’ bleven zich bijna automatisch achter Paars scharen. Met als absoluut dieptepunt de manier waarop Melkert vorig jaar door kwaliteitskranten zoals NRC Handelsblad in bescherming werd genomen in de zaak van de ESF-fraude, en daarbij de paar vasthoudende onderzoeksjournalisten in de kou zette.

Toch verkeerden veel ‘bureaustoelers’ in de overtuiging dat zij midden in de mediamaatschappij stonden. Zij hadden immers intussen zo’n goed contact met de eigen lezers en keken immers elke avond naar Barend & Van Dorp. De vergissing was dat die eigen lezers en dat lollige tv-programma representatief zijn voor ‘het volk’. Barend & Van Dorp is het krantenmagazine op tv, en Jan Mulder belichaamt de fusie tussen de Volkskrant en RTL. Maar hoe goed hij als columnist ook is, in politieke zin is hij de Pim Fortuyn van links. Het nadeel voor de kwaliteitskranten is geweest dat door de overdosis infotainment in de kolommen het politieke debat naar late night shows is verschoven.

Op zich is dat al kwalijk, nog kwalijker is dat Barend & Van Dorp zelf al lang een gevestigde en soms zelfs oubollige show is, een updated versie van het Vara-programma Haagsche Bluf van 25 jaar geleden, en ook niet goed weet wat er onder ‘het volk’ leeft. Keer op keer probeerde het presentatorentrio een ‘links’ dan wel ‘kritisch’ vuurtje te stoken om dan te ontdekken dat men op het verkeerde paard had gewed. Kosovo, Big Brother, Afghanistan, Máxima: elke keer begon men ertegen te fulmineren, om vervolgens – als men doorkreeg dat ‘het volk’ heel positief over deze zaken/mensen stond - de deelnemers aan Big Brother (of Starmaker) of de verafgoders van Máxima alsnog juichend in hun programma te verwelkomen. Want, the show must go on.
De goede tv-programma’s als Barend & Witteman en de goede katernen van de kwaliteitskranten uitgezonderd, hebben de talkshow en de ‘bureaustoel’ ertoe geleid dat veel redactielokalen en zeker ‘Hilversum’ de afgelopen jaren zichzelf onder een kaasstolp hebben gezet. Daaronder discussieert men ‘openhartig’ met elkaar, maar volgens de lang gevestigde medianormen: altijd lachen en leuk doen, en nooit boos worden. Alleen Mulder mocht dat, een nieuwkomer als Fortuyn niet, laat staan ‘de gewone man’. Het is een wereld van ons-kent-ons, waar alleen de succesvollen welkom zijn en waar een laag mediagetrainde teflon om heen zit.

Waar de niet-mediagetrainde Nederlander nog het meest aan het woord komt is intussen op de radio, op internet en in sommige weekbladen. Wie nu verbaasd is over het succes van Fortuyn heeft daarom niet zeer goed opgelet. Studenten lezen al jaren Elsevier en Nieuwe Revu, en lopen de collegezaal in met Metro of Spits. Wie sommige internet-sites had bekeken of vaker naar de phone-in programma’s op de radio had geluisterd, zoals Standpunt.nl, had kunnen weten dat de burger inderdaad al lang mondig is, en dat Het Lagerhuis daar slechts de goed-opgeleide en beleefde variant van is. En dat die mondige burger niet alleen een tamelijk bang geworden burger is geworden, en een boze burger die zijn openbare ruimte terug wil, maar ook een burger die duidelijk voor zijn mening uit wil komen. En vooral ook duidelijkheid van de overheid verlangt. Dit betekent geenszins dat al die burgers dezelfde ‘populistische’ standpunten huldigen, integendeel: de verdeling tussen ja en nee bij Standpunt.nl liggen niet zelden half-half.

Wat deze behoefte aan duidelijkheid voor de journalistiek betekent ligt voor de hand: kom uit die bureaustoel en begeef je onder ‘het volk’. Ga eens een week ’s ochtends in de file zitten en luister niet naar Radio 1 maar naar Jensen in de Ochtend. Draai eens een week mee in een gestrest eenoudergezin. Hou diepte-interviews met ‘de gewone man’ die het geld dat ie leende om aandelen te kopen heeft verloren door de beurscrash. Ga undercover bij Leefbaar Nederland of de lijst-Pim Fortuyn. Of logeer eens in een verpleeghuis of bij een anoniem gezien. Want het geheim van de oplossing, in dit geval ‘de publieke opinie’, ligt, zoals Sherlock Holmes al wist, soms in ‘de hond die niet blafte’. Ik weet, het gebeurt af en toe wel degelijk en ook goed, maar niet vaak genoeg.

Er is New Journalism nodig, met als kern politieke onthullingen en ‘de documentaire op papier’, zoals je die nu alleen nog in een uithoek van ons medialandschap, op Radio 5, kunt beluisteren. Want te denken dat we nu in een perfecte democratie leven nu iedereen over een toeter beschikt, vergist zich. In onze mediacratie zijn indringende reportages en heldere, gefundeerde inzichten onmisbaarder dan ooit.
Dat de krant als geheel gebaat is bij nieuwe duidelijkheid behoeft ten slotte ook geen betoog. In de huidige mediamaatschappij vormen de media een actieve partij, en moeten daar dus ook voor uitkomen. De kranten die zich twintig jaar geleden bevrijdden uit het getto van de verzuiling, hebben zich sindsdien opnieuw de gevangene gemaakt, dit keer van de illusie ‘boven de partijen’ te staan. Dat is een illusie, net zoals het een illusie is dat als je gisteren opvattingen had waar je spijt van kreeg, je er vandaag helemaal geen meer nodig hebt.

Daarom zou het goed zijn als kwaliteitskranten zoals de Volkskrant voor 15 mei gewoon weer en stemadvies zouden geven. Kranten als The Washington Post en The New York Times doen dat ook. In 2000 kozen zij voor Al Gore en tegen George Bush. Dat heeft aan hun respectabiliteit geen afbreuk gedaan, integendeel. De lezer wil gehoord worden, de lezer wil geen voorgeprogrammeerde en opgedrongen meningen maar de lezer wil wel een gefundeerd oordeel.

De auteur is hoogleraar maatschappij, media en cultuur aan de Erasmus Universiteit

 

Op deze pagina vindt u het artikel 'Journalisten moeten de pen weer scherpen'

- Artikel, Irak: Nederlandse media gijzelen zichzelf, december 2004
- Lezing, De beklemmende elite en Andre hazes, 2 oktober 2004
- Artikel de Gids, Nederlanders zijn anti-koloniaal of het verlangen naar getto's, mei/juni 2004
- Ingezonden brief, Columnisten tonen liever hun gelijk dan hun hart, de Volkskrant, 26 maart 2004
- Artikel, het verleden is een koektrommel? de Volkskrant, 25 februari 2004
- Ingezonden brief, Waarom die taboeïsering van het Huis der Historie? de Volkskrant, 25 februari 2003
- Artikel, Fragment, Trouw 3 maart 2003
- Opinie, Beheerst weldenkend, NRC Handelsblad 1 februari 2003
- Opinie, Met Cohen is het nu Amsterdam vs Rotterdam, Volkskrant, 21 januari 2003
- Opinie, De verstandige kiezer bestaat niet, 17 januari 2003
- Opinie, The medium is not the message, Volkskrant 14 januari 2003
- Interview, Het dedain van de elite stoort mij enorm, Groene Amsterdammer, 21 december 2002
- Opinie, Florida-toestanden dreigen bij verkiezingen, 25 November 2002
- Artikel, Elite: stop het schelden, 19 september 2002
- Artikel, De indruk van een afdruk, 11 augustus 2002
- Artikel, De koploze revolutie in Fort Knox, 15 mei 2002, 23.30 uur
- Opinie AD, De 151e zetel voor Pim, 7 mei 2002
- Een ooggetuigeverslag 6 mei 2002
- Interview P magazine, De onstuitbare opmars van de emotiecultuur - mei 2002
- Artikel, the medium is not the message, 5 mei 2002
- Interview Humanist, mei 2002
- Interview Erasmus Magazine - 25 april 2002
- Artikel, Kern Fortuyn's succes: reactionair modernisme - NRC, 23 maart 2002
- Opinie, Journalisten moeten pen scherpen - Volkskrant, 13 maart 2002
- Interview Flair magazine -  maart 2002
- Interview HP de Tijd - 15 februari 2002
- Opinie, Fortuyn en de Emo-revolutie - Trouw, 13 februari 2002
- De Maxima Show - Elsevier 9 februari 2002
- Interview Volkskrant - 2 februari 2002

Alle documenten zijn beschikbaar in PDF formaat. U heeft hier Acrobat Reader voor nodig. Wanneer u dit nog niet heeft geïnstalleerd kunt u het hier gratis downloaden.

Adobe PDF

 


webmaster

Best viewed with Internet Explorer 5.0 or higher