|
Historicus Henri Beunders “Pim Fortuyn was de
belichaming van onze manisch-depressieve samenleving”
In het openbaar huilen is sinds de jaren ’90 een
gewoonte geworden, soms bijna een plicht. Mensen schamen zich niet
meer om, vaak met vele anderen, hun emoties te tonen. Zijn we met z’n
allen softer geworden? Of juist harder en hebben we daarom een
uitlaatklep nodig? In zijn boek Publieke Tranen legt de Nederlandse
hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur Henri
Beunders uit dat de bevrijding van het individu tot een neurotische
maatschappij heeft geleid.
HENRI BEUNDERS:
“Het is frappant hoe gemakkelijk de mensen tegenwoordig publiekelijk
hun gevoelens durven te uiten. Sportlui en supporters wenen na een
verloren wedstrijd, gasten van talkshows laten hun tranen de vrije
loop, betogende mensen schreeuwen hun woede uit. Tot 1960 was
Nederland nog een burgerlijk en beheerst land. Gevoelens werden amper
getoond in het openbaar, ook niet bij begrafenissen of bij andere
tragische gebeurtenissen. Vandaag voelen heel wat mensen de behoefte
om te huilen op televisie, kijkend naar televisie of bij een evenement
buitenshuis. Dat geldt zowel voor de hoger opgeleiden als voor de
‘gewone man’. Zelfs tv-journalisten zijn emotioneler geworden: enkele
cameralui vielen in ‘96 bij de begrafenis van An en Eefje snikkend in
de armen van Paul Marchal.”
Hoe is de huidige emotiecultuur ontstaan?
BEUNDERS:
“We kunnen deze ontwikkeling als de laatste fase van de emancipatie
van het individu beschouwen. Het was een langdurig proces dat de
laatste decennia zijn hoogtepunt heeft bereikt. Naarmate de mensen
méér belang gingen hechten aan persoonlijke ontplooiing, groeide de
drang om zich emotioneel te uiten. Op politiek vlak is de emancipatie
begonnen na WOI met de invoering van het algemeen stemrecht. Na WOII
kwam de economische vooruitgang: de ‘arbeider’ werd ‘werknemer’ en
kreeg méér rechten. Vanaf de jaren ’60 kwam de seksuele bevrijding op
gang. In feite is dat de emancipatie die de eerste zichtbare publieke
emoties teweeg heeft gebracht. De geboorte van de moderne popmuziek,
ten tijde van Bill Haley’s Rock around the Clock, heeft in ‘54
de seksuele revolutie op gang gebracht.
Tien jaar later werden The Beatles op Schiphol opgewacht door
tienduizenden hysterische fans, vooral pubermeisjes. Zoiets was tot
dan ondenkbaar. In ‘70 werd in Amsterdam het Wet Dream Festival
georganiseerd, waarbij de aanwezigen samen naar pornofilms keken,
masturbeerden en orgieën hielden.”
“In
de jaren ’70 en ’80 vond een sociale omwenteling plaats. Er vormde
zich een grote middenklasse en bijna alle Nederlandse burgers werden
gelijkwaardig. Die evolutie was het gevolg van de afnemende
industrialisatie: textiel, scheepsbouw en lopendebandwerk verdwenen
grotendeels en werden vervangen door dienstverlenende instellingen.
Naarmate mensen beroepsmatig méér met elkaar begonnen te praten, werd
het makkelijker om emoties te uiten. Ook de media hebben een
belangrijke rol gespeeld in dit proces. Er ontstond een
‘praatgemeenschap’ die onder meer zichtbaar werd in allerlei
taboedoorbrekende talkshows.”
Hoe komt het dat de publieke uiting van onplezierige emoties zoals
angst, woede en schaamte zich pas later manifesteerde?
BEUNDERS:
“Er was beslist geen sprake van een gelijke emancipatie van alle
emoties. Terwijl lust zich volop manifesteerde, werd het taboe rond
jaloezie steeds groter. De schaamte nam af wat betreft seksualiteit,
kleding en beleefdheid, maar groeide als het om de holocaust, het
milieu en de armoede in de Derde Wereld ging. Die schaamte leidde
vanaf de jaren ‘70 tot dwingende, bijna verplichte gevoelens van
angst, woede en verdriet. In Nederland laaiden de emoties hoog op toen
er stemmen opgingen om drie oorlogsmisdadigers vrij te laten. Het
verdriet van de nabestaanden van de oorlogsslachtoffers werd gebruikt
om de politiek te beïnvloeden. Het heeft jaren geduurd vooraleer het
drietal werd vrijgelaten, wat bepaald niet strookte met het imago van
Nederland als voorloper op het vlak van mensenrechten.”
Heeft de bevrijding van het individu tot méér eenzaamheid geleid?
BEUNDERS:
“In de huidige mediamaatschappij zijn twee menselijke bezigheden
dominant geworden: luisteren en praten op het werk, enerzijds,
luisteren en kijken naar tv thuis, anderzijds. In beide gevallen is
‘de ander’, collega en beeldbuis, een cold object: je kunt het
niet aanraken, zeker niet sinds de angst voor ongewenste seksuele
intimiteiten buitengewone proporties heeft aangenomen. Iemand die veel
tv kijkt, gebruikt zijn ogen en oren en verwaarloost zijn andere
zintuigen. De reactie op deze zintuiglijke armoede werd in de jaren
’90 zichtbaar, bijna evenredig met de toename van het aantal kanalen,
zenders en andere communicatiemiddelen zoals de gsm en internet. De
drang om medemensen op te zoeken en zich weer te koesteren in hun
nabijheid steeg zienderogen. Mensen begonnen zich opnieuw méér in het
uitgaansleven te storten en naar pretparken, festivals en andere
massa-evenementen te begeven.”
Waarom is het openlijk tonen van emoties zo lang uit den boze geweest?
BEUNDERS:
“Na WOII gold het devies ‘Niet zeuren maar aanpakken’. De meeste
mensen waren ervan overtuigd dat het bouwen van een nieuwe toekomst
niet samenging met het te lang blijven stilstaan bij de
oorlogsellende. Het gevolg is dat tegenwoordig bij heel wat ouderen
gevoelens naar boven komen die ze gedurende al die jaren hebben moeten
opkroppen en die hun hele leven hebben beïnvloed. Toen in ‘47 een
vliegtuig neerstortte op een school in Enschede, waarbij een aantal
leerlingen om het leven kwam, werd hieraan door gemeentebestuur en
schoolleiding zo weinig mogelijk aandacht besteed. De overlevende
leerlingen mochten zelfs niet naar de begrafenis van hun omgekomen
klasgenoten gaan. Indertijd had iedereen wel familieleden die het
slachtoffer waren geworden van de oorlog, dus over enkele omgekomen
scholieren moest niet te veel gezeurd worden. Momenteel is de situatie
precies omgekeerd: over de vuurwerkramp in Enschede die enkele jaren
geleden een hele wijk in de as legde, wordt nu nog gepraat.”
“Het eerste geval van nationale massahysterie in Nederland kwam er in
november ’62 naar aanleiding van de tv-inzamelactie Open het Dorp.
In die periode heerst er grote angst naar aanleiding van de
Cuba-crisis, die de wereld op de rand van de nucleaire afgrond had
gebracht. De enorme opluchting die hierop volgde, heeft ongetwijfeld
bijgedragen aan de massale uitbarsting van goedgeefsheid enkele weken
later. De tv-show die werd gepresenteerd door Mies Bouwman leidde, na
de angst- en paniekaanvallen op het hoogtepunt van de Koude Oorlog,
tot de eerste vorm van collectieve besmettelijkheid voor het goede
doel. Voor het eerst sinds WOII heerste er weer welvaart onder de
inwoners van Nederland en uit oprechte schaamte en medelijden met de
minderbedeelden begonnen ze geld in te zamelen. De opbrengst ging naar
een dorp met aangepaste woningen en infrastructuur voor gehandicapten.
Het dubbelzinnige is dat men de
mindervaliden
wilde helpen, maar dat men ze wel in een apart dorp plaatste om er
zelf niet te veel last van te ondervinden. Je kunt het vergelijken met
de bejaardentehuizen die in de jaren ’60 en ’70 als paddestoelen uit
de grond rezen.”
“In
‘93 werd in het populaire Nederlandse ochtendradioprogramma de
Breakfast Club een oproep gedaan naar aanleiding van een
racistische aanslag in Duitsland. Een huis van Turken was in brand
gestoken en vijf onschuldige vrouwen en meisjes waren levend verbrand.
De presentatoren van het programma wilden zoveel mogelijk briefkaarten
verzamelen die ze achteraf aan de Duitse bondskanselier Helmut Kohl
zouden overhandigen. De actie was een typisch voorbeeld van een
spontane mediahype als gevolg van morele paniek. Het geheim van dit
succes lag grotendeels bij het gevoel van oprechtheid dat de
initiatiefnemers uitstraalden. Maar net als bij de geldinzameling van
Open het Dorp speelde er méér mee dan alleen heilige
verontwaardiging. Waarschijnlijk waren anti-Duitse gevoelens voor
heel wat Nederlanders een bijkomende motivatie om te reageren. De link
met de WOII was trouwens duidelijk gelegd door de presentatoren die
een allusie hadden gemaakt op de uitspraak ‘Wir haben es nicht
gewusst’. Dit soort collectieve medelijden gaat dus dikwijls
gepaard met een beangstigend gevoel van hooghartigheid. Het besef dat
Nederlanders evengoed in staat zijn tot verschrikkelijke daden is pas
in de jaren ’90 gegroeid. De affaire-Srebrenica veroorzaakte een
nationaal trauma, omdat niemand kon geloven dat het Nederlandse leger
niet bereid of in staat zou zijn geweest de moslims in deze VN-enclave
te beschermen.”
Hoe gevaarlijk kunnen collectieve uitingen van emotie zijn?
BEUNDERS:
“Ze kunnen bevrijdend werken, maar het zou naïef zijn te geloven dat
alle gevoelens sowieso moeten worden getoond. Emoties zitten bijzonder
complex in elkaar en ontsporen sneller dan we denken. Gevoelens van
angst, schaamte en medelijden gaan makkelijk over in woede. In ’97
overleed in Leeuwarden de 30-jarige Meindert Tjoelker na een fatale
schop tijdens een nachtelijke vechtpartij die was ontstaan nadat hij
zijn verontwaardiging had laten blijken tegenover baldadige
cafégangers. De ironie wil dat een man die later aan de stille tocht
ter nagedachtenis van Tjoelker deelnam, de volgende dag zelf iemand
die met zijn auto in de weg stond in elkaar sloeg. En de ex-leraar die
in maart acht raadsleden in het Franse Nanterre doodschoot, bleek de
penningmeester van de lokale afdeling van de Liga voor mensenrechten
te zijn. Zulke voorvallen tonen aan dat het ongebreideld toegeven aan
emoties tot labiele toestanden kan leiden. Onder het medelijden van
mensen die aan optochten meedoen, kan opgekropte woede tegen van alles
en nog wat schuilen. Iedereen voelt zich wel slachtoffer van iets en
heeft er nood aan een dader aan te wijzen die verantwoordelijk is voor
het aangedane leed. Kennelijk is het moeilijk te accepteren dat er ook
wel eens slachtoffers vallen zonder dat iemand daar schuld aan heeft.”
“Mensen zijn beduidend strenger geworden, zowel ten opzichte van
misdadigers als van onschuldige mensen. Iemand die per ongeluk met
zijn auto een kind aanrijdt, wordt bijna aan de schandpaal genageld,
ook al kon hij er helemaal niets aan doen. Laatst werd er woedend
gedemonstreerd tegen de vrijlating van een jongen die dronken was toen
hij iemand had doodgereden, terwijl het de normale procedure is dat de
beklaagde in zo’n geval niet in voorhechtenis blijft tot de rechtszaak
begint. Deze jongen vormde in principe geen gevaar voor de
maatschappij, maar daar moest men niets van weten. De meerderheid van
de Nederlanders is trouwens voor de herinvoering van doodstraf. Als de
59-jarige man die, eveneens in maart, 237 mensen gijzelde in de
Amsterdamse Rembrandttoren uit protest tegen breedbeeldtelevisie,
daadwerkelijk slachtoffers had gemaakt in plaats van zichzelf dood te
schieten, had de Nederlandse bevolking zeker de doodstraf tegen hem
geëist.”
Volgens u probeert de overheid de uiting van collectieve gevoelens te
kanaliseren door aan ‘emotiemanagement’ te doen.
BEUNDERS:
“Zeker als er woede ten opzichte van de overheid in het spel is,
moeten emoties in goede banen worden geleid. Burgemeesters voelen zich
meestal geroepen voorop te gaan in stille tochten, zodat ze de
gemoederen tot rust kunnen brengen. Het volk richt zijn woede tijdens
zulke optochten overigens niet altijd tegen de gezagsdragers. Sterker
nog, de gezagsdragers lopen gewoon zelf voorop, terwijl ze toch
verantwoordelijk mogen worden geacht voor onze veiligheid. Publieke
emoties hebben enkel zin als ze zich tegen de juiste schuldigen
richten, maar dat is lang niet altijd het geval. De Witte Mars was een
uniek evenement omdat het een duidelijk protest was tegen de falende
justitie. De Belgische volkswoede had diepe wortels en motieven en was
daarom niet te vergelijken met de stille tochten in Nederland, die
meer weg hebben van pseudo-religieuze bijeenkomsten.”
“Niet alle woede is nutteloos, zolang ze maar op een constructieve
manier geuit wordt. De verbolgenheid van de demonstranten tegen de
oorlog in Vietnam was zondermeer terecht. Als praten niet lukt, kan
boosheid nodig zijn om bepaalde dingen te veranderen. Schrijvers of
kunstenaars, bijvoorbeeld, uiten hun woede op zo’n manier dat anderen
er ook wat mee kunnen. Helaas reageren heel wat mensen hun frustraties
af op een ondoordachte wijze. Het onbeperkt toegeven aan emoties leidt
tot geweld en kan in het meest extreme geval een burgeroorlog
ontketenen. Ik zeg niet dat Nederland terug even burgerlijk en
beheerst moet worden als in de jaren ‘50, maar er moet wel meer
nagedacht worden over de manier waarop emoties in het openbaar getoond
worden. Gevoelens van onvrede verwerken in een politiek concept zou
ideaal zijn. Uiteindelijk hebben we allemaal nood aan een geestelijk
houvast en dat mist een meerderheid van de bevolking tegenwoordig.”
U stelt dat de secularisering en het afbrokkelen van de grote
ideologieën zijn uitgemond in de individualisering van onze
samenleving.
BEUNDERS:
“Volgens het postmodernistische denken staat het geloof in een
ideologie of religie de individuele vrijheid in de weg. Steeds meer
mensen vinden dat elke cultuur haar eigen waarheid heeft en gaan er
dan maar hun eigen moraal op nahouden. De idiote stelling dat iets
waar is als je het voelt, is verbijsterend populair. Tegenwoordig
beschouwt iedereen zijn eigen emoties als maatstaf voor de waarheid,
aangezien politiek en religie er niet meer in slagen deze taak te
vervullen. De Duitse antropoloog Hans Peter Duerr noemt onze westerse
maatschappij een schaamteloze samenleving die gericht is op directe
behoeftebevrediging, met alle gevolgen van dien voor openbare orde,
veiligheid en fatsoen. Andere Duitse wetenschappers beweren dat de
media tot de hoofdschuldigen van deze schaamteloosheid behoren, omdat
ze de tendens hebben versterkt dat de emancipatie van de individuele
burgers ten opzichte van de overheid en van elkaar is ontaard in een
egoïstische levenshouding. Het wegvallen van richtinggevende
opvattingen en van het geloof in God zou de moraal hebben ondermijnd.
De stortvloed van beelden die alleen maar kommer en kwel tonen zou de
kijker machteloos, gevoelloos en uiteindelijk gewetenloos hebben
gemaakt.”
“Het feit dat men individueel op zoek gaat naar een vorm van
zingeving, neemt niet weg dat vrijwel iedereen ook bij een groep wil
horen. Aangezien het merendeel van de bevolking het vertrouwen in de
kerk en de traditionele politieke partijen heeft verloren, wordt er
naar een substituut gezocht. Sommigen vinden dat in de new
age-beweging, anderen worden hooligan. Niettemin blijkt uit het succes
van Pim Fortuyn (die op het moment van het interview nog niet was
vermoord; red.) in Nederland en het Vlaams Blok bij jullie dat er
opnieuw nood is aan een coherente visie. Radicaal rechts dankt haar
triomfen aan opgekropte frustraties en het gebrek aan houvast. In
tegenstelling tot de huidige bestuurders hebben Fortuyn en Filip
Dewinter een duidelijke visie en spreken ze klare taal, en dat is
precies waar men momenteel nood aan heeft.”
“De
negatieve gevoelens tegenover de multiculturele samenleving zijn al
langer dan vandaag aanwezig, maar er mocht amper over gesproken
worden. Elke Vlaming die zijn twijfels uitte over het migrantenbeleid
werd meteen afgeschilderd als Vlaams Blokker en racist. Bovendien
heeft men lange tijd laten uitschijnen dat er uitsluitend voordelen
zijn verbonden aan een multiculturele samenleving, terwijl uit de
situatie in de VS blijkt hoe moeilijk het is verschillende
bevolkingsgroepen vreedzaam naast elkaar te laten leven. De aanslagen
van 11 september fungeerden als de trigger die de sluimerende
onvrede naar boven heeft gebracht. Ook de huidige toestand in Israël
heeft reeds aanwezige ergernissen aan de oppervlakte gebracht. Sinds
Auschwitz is men verplicht sympathie te koesteren voor alle
slachtoffers van WOII, vooral de joden. Een heleboel mensen vinden
echter dat er te veel aandacht besteed wordt aan een bepaald volk,
terwijl er nog zoveel andere slachtoffers zijn. Nu Israël zelf geweld
tegen onschuldige burgers gebruikt, steekt de wrevel jegens het
overdreven medeleven met de joden de kop op.”
Nederland heeft altijd een voortrekkersrol gespeeld, maar lijkt met
het succes van de rechtse populist Pim Fortuyn achterop te hollen?
BEUNDERS:
“Niet akkoord. Vanaf de jaren ’70 kreeg Nederland het imago een van de
meest tolerante en progressieve samenlevingen ter wereld te zijn.
Sinds de jaren ’90 zijn we ook haantje-de-voorste geworden inzake
economische modernisering. De amerikanisering die daaruit voortvloeide
kwam in een hogere versnelling en daaruit sproot ook een toenemende
emotionalisering voort. Fortuyn is de belichaming van onze emotionele,
exhibitionistische, manisch-depressieve maatschappij. Nederland loopt
helemaal niet achterop, want zijn standpunten passen perfect in de
moderne mediasamenleving van tegenwoordig. Filip Dewinter, Jean-Marie
Le Pen en Jörg Haider zijn rechtse, reactionaire figuren die de
wijzers van de klok willen terugdraaien, terwijl Fortuyn verrassend
moderne elementen in zijn visie aanbrengt. Hij heeft een bijzonder
openhartig boek geschreven over zichzelf, waarin zelfs een dosis porno
opduikt. Zijn stelling luidt dat al het persoonlijke politiek is. Hij
heeft lak aan de geijkte beleefdheidsnormen en zegt gewoon wat hij
denkt. Daarnaast wil hij komaf maken met de bureaucratie en het
verouderde politieke stelsel van benoemde functionarissen. In plaats
daarvan stelt hij het Amerikaanse systeem van rechtstreekse
verkiezingen voor. Tegelijkertijd verkondigt hij ook reactionaire
ideeën en laat hij zijn voorliefde voor de jaren ’50 blijken. In feite
wil hij terug naar een organische, hiërarchische samenleving met een
grote leidersfiguur, zoals in de Middeleeuwen.”
“Dankzij die combinatie van conservatieve en progressieve ideeën
spreekt hij zowel het oudere gedeelte van de bevolking als de jeugd
aan. Niemand kan eromheen dat hij niet alleen krasse standpunten
ventileert over het vreemdelingenbeleid, zoals Dewinter en Haider,
maar ook een visie heeft op onder meer gezondheidszorg en onderwijs.
Fortuyn is ook vernieuwend omdat hij wil breken met het beeld van de
emotionele politicus die vergeving vraagt voor het verleden. Hij wil
niets te maken hebben met de verplichte en politiek correcte emoties
over, bijvoorbeeld, WOII. Zijn enige bekommernis is orde op zaken te
stellen in de hedendaagse maatschappij.”
Wat is het verband tussen de seksuele revolutie en de emotiecultuur?
BEUNDERS:
“In de publieke opinie over seksualiteit heeft zich de laatste
decennia een radicale ommekeer gemanifesteerd. Tot de jaren ’80 waren
de meningen over incest niet uitgesproken afkeurend. Vroeger stelde
men zich doorgaans eerst de vraag in welke mate het kind de seksuele
daden zelf had uitgelokt. Een hulpverlener van de Rutgers Stichting
praatte ooit met een vader die hem vertelde hoe handig zijn kind hem
al kon bevredigen. Als iemand tegenwoordig zo’n uitspraak deed, zou
hij als een pedofiel en een crimineel worden gebrandmerkt. Zo’n
twintig jaar geleden veranderde de houding ten aanzien van
seksualiteit abrupt en drastisch, onder invloed van de groeiende angst
voor geslachtsziekten en de stortvloed van berichten in de media over
verkrachting en incest. Het feminisme begon bovendien fel te
protesteren tegen het machtsmisbruik van de mannen. Pas in de jaren
’90, onder invloed van het toenemende aantal gevallen van kinderporno,
ging men ook afwijzend over pedofilie denken.”
“De
individualisering is gepaard gegaan met het geloof in de
ontastbaarheid van het lichaam, met als gevolg dat de
bewegingsvrijheid op seksueel vlak aan banden werd gelegd.
Onderwijzers mogen hun arm niet eens meer op de schouder van een
huilende leerling leggen, want dan riskeren ze een rechtszaak. Mensen
kunnen hun fysieke behoeftes enkel nog kwijt bij hun vaste partner. Al
te familiair gedrag tegenover een collega is not done, want je
wordt meteen verdacht van ongewenste seksuele intimiteiten. Daar staat
tegenover dat we in de media voortdurend worden geconfronteerd met
seks en erotiek. Het taboe rond seks is volledig verdwenen: men praat
honderduit en vol enthousiasme over seksuele uitspattingen en
fantasieën. Dit spanningsveld tussen de werkelijkheid en de illusie
die de media creëren, heeft voor een ‘masturbatiecultuur’ gezorgd,
zowel bij mannen als vrouwen. Aangezien we niet meer fysiek mogen
omgaan met onze medemens, richten we onze lusten op onszelf.”
Televisie is geëvolueerd van een venster op de wereld naar een publiek
theater voor de burger.
BEUNDERS:
“Door de wonderbaarlijke vermenigvuldiging van het aantal zenders en
programma’s wordt het voor steeds meer mensen mogelijk om af en toe
onder de lokale of landelijke schijnwerpers te gaan staan en deel te
nemen aan een talkshow, quiz of reality-tv-programma. De almaar
groeiende dominantie van de televisie met al zijn mogelijkheden van
live-verslaggeving, vanuit de eigen straat tot de verste uithoeken van
de wereld, heeft volgens sommige critici geleid tot ten minste twee
fundamentele veranderingen in de belevingswereld van de hedendaagse
mens. Ten eerste bestaat de werkelijkheid niet meer als deze niet op
tv wordt getoond, ten tweede telt de burger nog nauwelijks mee als hij
niet ooit eens op de beeldbuis is verschenen. Naast maatschappelijk
succes door een mooie carrière op te bouwen en veel geld te verdienen,
is mediapresentatie een belangrijk criterium geworden waarop mensen
beoordeeld worden.”
“De
drang naar fifteen minutes of fame, zoals Andy Warhol het
uitdrukte, is een logisch gevolg van de toenemende democratisering.
Het probleem is dat de gevestigde politieke partijen in Nederland zelf
niet kunnen omgaan met deze nieuwe situatie. Ze blijven volhouden dat
de burger enkel op partijen mag stemmen en dat de politici zelf moeten
bepalen wie burgemeester wordt en in de regering mag zetelen. Te veel
inspraak van de bevolking vinden ze nefast voor de democratie. Verder
vind ik het ronduit hypocriet dat sommige politici hun bedenkingen
uiten over het platte exhibitionisme op tv, terwijl ze zelf begonnen
zijn met het ongeremd etaleren van hun emoties in het openbaar.”
De kip-of-het-ei-vraag: zijn de media trendbepalend of trendvolgend?
BEUNDERS:
“Ik wil hun invloed niet onderschatten, want door bepaalde
ontwikkelingen uit te vergroten of weg te moffelen kleuren ze de
werkelijkheid. Ze kunnen de katalysator zijn van een sociale beweging
en vorm geven aan sociaal-economische en politieke processen. Dat
betekent echter niet dat de media een autonome kracht vormen die in
alle opzichten de plaats van de kerk en de politiek heeft ingenomen.
De zaak-Tjoelker is uitgebreid aan bod gekomen in de kranten en op
radio en tv, maar alles is begonnen met de stille tocht door
Leeuwarden. Er is méér nodig dan alleen media-aandacht om een
dergelijke toestand van morele paniek uit te lokken. De Nederlandse
premier Wim Kok beweert wel eens dat Pim Fortuyn zijn succes te danken
heeft aan de hype die door de media rond zijn figuur werd gecreëerd,
maar zo eenvoudig is het niet. Zo is ook de Witte Mars niet enkel door
toedoen van de media een groots evenement geworden. Er woedden al
geruime tijd frustraties bij de Belgische bevolking en door de
affaire-Dutroux zijn die naar boven gekomen.”
“Vanzelfsprekend kun je niet negeren dat de entertainmentindustrie een
belangrijke rol heeft gespeeld in de emotionalisering van de
samenleving. Hoe meer emotie en sensatie, des te meer lezers,
luisteraars of kijkers en dus des te meer geld in het laatje. Als
hoofdschuldige wordt meestal de televisie aangewezen, met name emo-tv
en reality-tv. Door de toename van het aantal zenders en de komst van
commerciële televisie is het mogelijk om bijna permanent emotionerende
programma’s te bekijken.”
Hoe moet het nu verder met onze overgevoelige, neurotische
maatschappij?
BEUNDERS:
“Ik ben geen cultuurpessimist en zie de emotionele samenleving als een
noodzakelijke aanpassing aan de groeiende verharding. In een wereld
waarin macht en geld de boventoon voeren, geldt de emancipatie van de
emoties als compensatie. Desondanks mogen we ons niet te veel laten
leiden door gevoelens, want dan vergissen we ons in de goedheid van de
mens. Stel dat er iets ernstigs gebeurt waarbij allochtonen betrokken
zijn en de overheid wil hen op het vliegtuig zetten, dan denk ik niet
dat daar fel tegen geprotesteerd zal worden. De mensen worden van
langsom harder in hun denken. Pim Fortuyn zei onverbloemd dat 99
procent van de misdaden in Rotterdam door Antilliaanse en Marokkaanse
jongeren wordt gepleegd. Een lijsttrekker van de PvdA sprak zelfs
openlijk over ‘kut-Marokkanen’.”
“Elke dag gebeuren er dingen die we gisteren voor onmogelijk hielden.
In de VS kan een gefrustreerde student van een middelbare school in
het rond beginnen schieten, maar dat is hier evengoed mogelijk.
Enkele jaren geleden schoot een Turkse jongen in een Nederlandse
school op een aantal mensen, omdat hij vond dat de eer van zijn zus
was aangetast. (Korte tijd na dit interview schoot een 19-jarige
student in een school in het Duitse Erfurt veertien leraars, twee
leerlingen, één politieman en zichzelf dood; red.)”
“In
Nederland werd tijdens het tv-journaal op een ongelovige en
half-ironische toon bericht over de gijzelingsactie van de vijand van
de breedbeeldtelevisie, maar voor hetzelfde geld was dit een ramp van
formaat geworden. Je zou kunnen zeggen dat die man een karikaturaal
uitvloeisel is van de huidige ‘zeurcultuur’, waarbij iedereen wel het
slachtoffer van iets lijkt te zijn. Toch zie ik langzaam een einde
komen aan deze maatschappelijke verzuring. Iemand als Pim Fortuyn
kiest overtuigd voor harde, maar duidelijke oplossingen, op een moment
dat de kiezer opnieuw nood heeft aan een politiek houvast. Helaas
hebben een heleboel mensen zo veel behoefte aan een nieuwe waarheid
dat ze sterk beïnvloedbaar zijn en ondoordachte en inhumane ideeën
gaan steunen. De huidige verharding en de roep om nultolerantie vormen
een reactie tegen de emotiecultuur en de anything goes-mentaliteit
die daaruit is voortgevloeid. Het is aan de politiek om een heldere
visie te ontwikkelen die niet meer volledig op het individualisme is
gericht en méér aandacht heeft voor gewone menselijkheid. Het is
overigens best mogelijk de verworvenheden van de moderne
mediamaatschappij te combineren met een hernieuwd besef van
humanistisch denken.”
“Het heeft uiteraard geen zin om van alles en nog wat te gaan
verbieden, want zo creëer je een voedingsbodem voor frustraties en
geweld. De Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum wil een verbod op
roken en drinken voor jongeren onder de 21 jaar. Je kunt wel zeggen
dat dit een noodzakelijke inperking is van de ongeremde economische
vrijheid die over de wereld is gekomen, maar ik denk niet dat
overdreven autoriteit de juiste oplossing is. Het ware onrechtvaardig
als ondernemers volledig vrij zouden zijn in hun handelen en als
burgers ter compensatie beperkt zou worden in hun vrijheden. In de
plaats daarvan zou de politiek ervoor moeten zorgen dat de economische
liberalisering hier en daar wordt ingetoomd.”
“Alles wijst erop dat de emancipatie van de emoties is voltooid.
Volgens mij zullen de collectieve uitingen van aangename emoties niet
zo snel afnemen, want op dat vlak hebben we ondertussen een sterke
traditie opgebouwd. Anders is het gesteld met de massale uiting van
onaangename emoties. Dat was voornamelijk een psychologische
aanpassingsreflex waarmee tegen de harder wordende maatschappij werd
gereageerd. Dit mechanisme heeft met succes zijn functie vervuld, ook
al zijn sommigen er misschien sadder but wiser van geworden. Al
bij al zou het positief zijn als de nu toegestane emoties zich wat
méér van het persoonlijke naar het politieke en maatschappelijke leven
zouden verschuiven. Dan kunnen we de emotionele verworvenheden van de
voorbije decennia niet anders dan als winst beschouwen.”
Interview: Wim Swinnen
Bewerking: Johan Van Dyck
Publieke Tranen. De Drijfveren van de Emotiecultuur
van Henri Beunders telt 304 pagina’s, kost 23,95 euro en verscheen bij
Uitgeverij Contact. |