Media Matters

 

home | e-mail | English | Zoeken

In het nieuws
Publicaties         
 Boeken
 Artikelen
 Recensies
Persoonlijk           
Interactief
Contact
In het nieuws  - Reactionair modernisme
Uit: NRC Handelsblad, Zaterdags Bijvoegsel, 23 maart 2002

De kern van Pim Fortuyns succes: Reactionair modernisme

Henri Beunders

Op 11 februari onthoofdde Pim Fortuyn zich als lijsttrekker van Leefbaar Nederland door in de Volkskrant te zeggen dat hij artikel 7 van de Grondwet (vrijheid van meningsuiting) prefereerde boven artikel 1 (discriminatie niet toegestaan). Een week later schreef Peter Giesen in dezelfde krant: ‘De aftocht van Pim Fortuyn was geheel in stijl. De man die gemaakt was door de media, werd ook weer door een medium, in dit geval de Volkskrant, gebroken’. Premier Kok deed Fortuyn vervolgens af als ‘een mediahype’. Drie weken later stemde meer dan een derde van de Rotterdamse kiezers op Pim Fortuyn.

De beste journalisten, commentatoren en columnisten deden, voor én na 11 februari, hun best om Fortuyn te negeren of er louter van buitenaf badinerend over te schrijven – zoals NRC Handelsblad. Of, zoals linkse politici en journalisten, hem te demoniseren: Hij was ‘een minderwaardig mens’, een ‘Mussolini’, een soort Milosevic, ‘gedreven door machtswellust’, en ook nòg sterkere verwijzingen, naar Hitler zelf, ontbraken niet. Nuchterder waarnemers deden hem af als efemeer verschijnsel:  ‘een kwibus’, ‘een halvegare’, ‘een kale relnicht’, ‘een tweede Hadjememaar’, ‘een boer Koekoek in pinstripe’ of een ‘Ross Perot’: over een paar jaar ‘een meelijwekkende buitenstaander’.

Bovenstaande bewijst twee dingen: de overschatting van de macht van de media en de onderschatting van de driving force van Fortuyn én de groeiende kiezerschare achter hem. We mogen in een mediamaatschappij leven, en de media mogen meer dan ooit te voren belust zijn op het versterken van sensatie en heftige emoties, de media vormen niet the heart of the matter. Dat hart ligt in de mix van mens en maatschappelijke ontwikkelingen. Die laatste duiden op een grote toekomst voor de ideeën van Fortuyn. De kracht ervan ligt in het dubbele aanbod dat Fortuyn doet: met hyperinvidualisme, internet en interim-management vooruit, over de barrières van bureaucratie naar de toekomst, en tegelijkertijd terùg naar de kleinschalige geborgenheid van de jaren vijftig. Modernisering plus nostalgie.

De maatschappij

Waar J.L. Heldring in 2000 de heersende moraal omschreef als ‘nihilisme met een menselijk gezicht’ waartegen een conservatieve beweging geen kwaad zou kunnen, is het fortuynisme beter te typeren met ‘reactionair modernisme’, al is dit een sterk beladen term. De historicus Jeffrey Herf muntte deze term namelijk om de januskop van de nazi-periode te omschrijven. De grote economische en technologische progressiviteit ging toen gepaard met de sociaal- en cultureel-reactionaire wensdroom terug te keren naar het verleden, de middeleeuwen liefst. Weg uit de anonieme, vernederde, bureaucratische maatschappij, terug naar de organische, heroïsche en hiërarchische gemeenschap. Sommigen, zoals Thomas Mann, zagen destijds al scherp hoe dubbel het beeld was dat eerst Wilhelm II en later de nazi’s uitstraalden: ‘Juist dit was het karakteristieke en bedreigende: de menging van robuuste eigentijdsheid, prestatiegerichte vooruitstrevendheid en de droom van het verleden, de hoogtechnologische romantiek’.

Deze term ‘reactionair modernisme’ wordt hier niét gebruikt als goedkope associatie, maar om duidelijk te maken hoe fundamenteel anders Fortuyn is dan de komeet-partijen in het verleden. De Boerenpartij was een conservatieve partij, D66 een pragmatisch-progressieve partij, de Ouderenpartij een belangenpartij, en Provo (‘Stem Provo, keje lachen’) miste elk gevoel voor ernst of missie waar Fortuyn zo’n grote dosis van bezit. Met zijn dubbele boodschap – vooruit èn terug -  vertolkt Fortuyn een mentale grondstroom van aanvaarding van het harde, moderne en snelle leven en tegelijk een enorme behoefte aan duidelijkheid, orde en veiligheid: internettend op het zonovergoten, rustige dorpsplein.

Nostalgie en woede over de persoonlijke en maatschappelijke ontwikkelingen, niet de media, vormen de ijzersterke combinatie die Fortuyn zo groot hebben gemaakt. ‘Revolutie voorbij aan Amsterdam’, kopte Het Parool op 7 maart. Bewaar die krant, het wordt een collectors item. Wat zijn die ontwikkelingen die nu zo hard op elkaar botsen? Een paar sleutelzinnen moeten hier volstaan. Voltooide emancipatie en een record aantal stress-ouders en echtscheidingen. Eindeloze mobiliteit en recordlengtes stilstaande of langzaam rijdende files. Eindeloze vrijheid om zelf te reizen, en een eindeloze immigratie die hier het gevoel van claustrofobie alleen maar bevordert. Eindeloze beklemtoning van de noodzaak tot efficiëntie, creativiteit en eigen verantwoordelijkheid, en een alsmaar toenemende bureaucratisering bij overheid, bedrijven en instellingen. Ofwel: steeds meer gelijkheidheid steeds meer strijd, steeds meer vrijheid steeds meer regels en anonimiteit.

De periode van de val van de Muur tot de Elfde September kunnen we daarom typeren als het Twaalfjarig Bestand van vrijheid, welvaart, verveling én groeiende frustratie. Die frustratie voedde de nostalgie, die roos die bloeit op het graf van verloren illusies. Maar Fortuyns bloemrijke taal en dito uitdossing suggereren een venijnig-vrolijke, zelfbewuste uitweg uit de impasse, op naar een mooie toekomst. De voedingsbodem is evenwel doordesemd met angst en wrok over het niet-gehoord zijn over cruciale aspecten van de samenleving.
Veiligheid werd in de jaren negentig hét thema dat die nostalgie sterker en sterker maakte en die nu is uitgemond in Fortuyns utopie om de slagbomen weer neer te laten bij de grens, en er een douanier met een pet op voor te zetten. Maar deze nostalgische droom is gevoed door allerlei mensen, die op 6 maart waarschijnlijk niet op Fortuyn hebben gestemd. De feministen die eind jaren tachtig de eerste stille tocht organiseerden in Groningen voor een vrouw die verkracht en vermoord werd door een vrijgelaten tbs-er. De goedwillende mensen die in al die stille tochten bijeen kwamen uit solidariteit en empathie, maar ook met de droom dat het op straat weer zo veilig kan worden als in de tijd dat je je fiets nog niet op slot hoefde te zetten.

Het gevoel door de overheid verlaten te zijn op het gebied van veiligheid, is vanaf Srebrenica in 1995 telkens weer bevestigd: Tjoelker (Kok: ‘Ik sta hier met lege handen’), Oosterpark-rellen (Rapport: ‘De veiligheidsrisico’s van de politieambtenaren zijn hoger ingeschat dan de veiligheidsrisico’s van de burgers’), Gorcum (Korthals: ‘Het is aan de samenleving en niet aan de overheid om de veiligheid op straat te garanderen’). Angst voor de eigen fysieke veiligheid is de sterkste emotie die de mens kent. Geen wonder dus dat nu vooral op dat punt de woede en de nostalgie zulke bizarre vormen hebben aangenomen. En de kreten over oorzaken en oplossingen van hetzelfde niveau zijn: ‘kut-marokkanen’, ‘meer blauw’, ‘deporteren’. De ultieme oplossing, de doodstraf, wordt door de meerderheid van het volk gesteund, door de media en de ‘weldenkende elite’ weggehoond.

‘Goeienavond, dood door protest tegen breedbeeld-televisie’. Zo opende Philip Freriks vorige week het Journaal, half ongelovig, half ironisch, over de verwarde man die honderden mensen had gegijzeld in de Rembrandtoren, de Amsterdamse Twin Towers. Van ironie zou geen sprake zijn geweest, en het woord doodstraf zou wél hebben geklonken als de man niet zichzelf maar tien, twintig of honderd gegijzelden had doodgeschoten. Wait and see, dus.

Manisch-depressief 

In een grenzeloze wereld liggen vrijheid en terreur, geluk en paniek heel dicht bij elkaar. Het is de ideologie van grenzeloze economische groei, grenzeloze deregulering, grenzeloze immigratie en grenzeloze persoonlijke vrijheid die met een knal tegen de wal is gevaren. Want het was een alternatiefloze wereld, geheel conform de stelling van Francis Fukuyama uit 1989 over ‘het einde van de geschiedenis’, dat wil zeggen van de ideologische tegenstellingen nu het westerse democratische kapitalisme het communisme had verslagen. Deze fantasieloze wereld van ‘het kan niet anders’ maakte van de politiek een gebedsmolen zonder eind met als refrein de woorden: ‘beleid’, ‘complex’ en ‘geduld’.

Deze woorden staan haaks op de behoefte aan minimale rust en veiligheid, maar helemaal haaks op de moderne mediamaatschappij, zeker sinds de komst van internet vanaf 1995. De droom dat internet de weggevallen sociale banden zou opvangen met ‘virtuele gemeenschappen’ is niet uitgekomen. Mensen chatten en sms-en vooral meer met bekenden, of sturen heftige meningen naar phone-in-programma’s als Standpunt.nl. De snelheid waarmee we nu informatie vergaren, reserveringen boeken en onze meningen uiten, heeft het ongeduld alleen maar versterkt. En ongeduld was door de afstandbediening toch al een kenmerk geworden van het nieuwe mediatijdperk dat eveneens in 1989 begon: met het wegvallen van ‘de muur om Hilversum’ en de komst van de schaamteloze, commerciële televisie.

De dwang tot succes en genot en de versterking van het ongeduld hebben de maatschappij een manisch-depressief karakter gegeven. Kick vandaag, prozac morgen. Gejuich, rouw en woede én sentimentaliteit wisselden elkaar in een steeds hoger tempo af. Sporttoppers, stille tochten, rages en hypes. De media, in dodelijke concurrentie met elkaar, hebben sinds 1989 de pieken en dalen in deze steeds vaker en heftiger uitslaande grafiek van het nationale gemoed enorm vergroot. En hier ligt de grote onderschatting van Fortuyn. Hij belichaamt behalve de linkse stelling ‘al het persoonlijke is politiek’ ook de manisch-depressieve samenleving, want hij leed zelf aan ‘bipolaire karakterstoornis’. In Babyboomers beschrijft hij hoe hij, eind jaren ’70, versuft in een volstrekt verduisterde kamer lag en eindeloos de 2e van Mahler draaide. En vervolgens in psychoanalyse ging. ‘Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. Maar altijd de moeite waard. Dat gold vóór de analyse, in versterkte mate geldt dat ook ná de analyse’. Mahler, Fortuyn, pure emotie, pure romantiek.

Patroon

Het is goed om in het cardiogram van de nationale psyche het patroon te herkennen van afwisseling en dubbelzinnigheid. Zacht en hard gingen steeds naadlozer in elkaar over: van empathie naar leedvermaak (stille tochten/huil-tv versus Bloopers/Jerry Springer), van woedende dadendrang naar nostalgie. Al die emoties worden met grote zelfverzekerdheid geuit, want emotie was inmiddels tot waarheid verheven: ‘Het is waar omdat ik het zo voel’. Kenmerkend voor de grote wisselvalligheid van het nationale gemoed en de rol van de media hierin als emotie-versterkers waren die eerste twee weekeinden van februari. Op 02-02-02 huilden 2,2 miljoen kijkers bij het zien van Máxima’s tranen. Een weekeinde later tikte half Nederland zijn vingers beurs van woede op het toetsenbord van internet of mobiele telefoon over het afzetten door Leefbaar Nederland van haar lijsttrekker: ‘Schande!’, ‘#$%^%&!!’, ’Leve Pim!’ En niet zelden zijn het dezelfde mensen die de ene dag huilen van ontroering en de volgende dag stampvoeten van kwaadheid. Bekend is dat een man die meeliep in een stille tocht voor Meindert Tjoelker de volgende dag zelf iemand in elkaar sloeg omdat die met zijn auto in de weg stond.

De meeste media hebben op een merkwaardige wijze bijgedragen aan de emotionalisering van de samenleving, en dus de creatie van Fortuyn. Sommige kwaliteitsmedia werden onderdeel van het mediapolitieke complex met ‘Den Haag’ als midddelpunt, en vergrootten daarmee bij the silent majority de woede over het uitblijven van instantoplossingen. Andere kwaliteitsmedia reduceerden zichzelf tot platform waarop allerhande zaakwaarnemers en goedgebekte Nederlanders met elkaar konden debatteren, met de presentatoren als neutrale ‘moderator’. In de overtuiging dat de burger een rationele en mondige mens is, lieten zij de conclusie geheel aan de kijkers/lezers over. Een beetje zoals Yoga Berri, de Amerikaanse Johan Cruyff, eens zei tegen de man die hem de weg vroeg: als je bij de t-splitsing komt, neem die dan. In deze wereld van het teveel, in deze wereld van voor elk wat wils, werd de mediameningenfabriek dat ook. Het resultaat was compassion fatigue met het leed ver weg of, in de wanhopige poging een einde te maken aan het geweld en conclusieloze gepraat, het prefereren van de simpelste oplossing om er een einde aan te maken.

De Elfde September heeft deze behoefte aan simpele oplossingen en terugkeer naar het geborgen, veilige gisteren - met behoud van de hoogtechnologische verworvenheden van vandaag en morgen - ook in Nederland manifest gemaakt. Vanaf die datum was de opmars van Fortuyn onweerstaanbaar. Hij belichaamt de ultieme moderniteit van emancipatie, materieel succes en emotioneel exhibtionisme, en wint daarmee de jongeren, maar tilt ook als eerste de nostalgie naar politiek niveau, en boort daarmee een ongekend groot potentieel aan. Dat de serieuze journalistiek de politieke potentie van die nostalgie niet heeft gezien, is een jammerlijk feit. Want de voorbeelden lagen voor het oprapen. In het Amerika dat we zo graag wilden inhalen (zonder de schaduwzijden dan, de grootste illusie) werd Ronald Reagan in 1980 president op de golven van nostalgie en ontgoocheling over Vietnam en Carter. In Engeland was Margaret Thatcher al aan de macht met haar hang naar de middenstand en de tijd ‘dat de pond nog een pond was’. Dezelfde tijd dus dat hier Dries van Agt werd weggelachen met zijn Ethisch Réveil. Intussen is in bijna alle landen de politieke nostalgie al langs geweest, alleen Nederland nog niet. Tot nu.

Een charismatisch, revolutionair leider wordt geboren uit de mix van gekwelde, gedreven persoon en behoeftige tijdgeest. Waar nostalgicus Van Agt mislukte, waar ‘Macher’ Lubbers mislukte (‘Nederland is ziek’, ‘kampementen’), combineert Fortuyn beide, net als Reagan: terug naar de tijd van de God en saloon, en húp in één keer alle stakende verkeersleiders ontslaan. Nostalgisch en bikkelhard. Fortuyn is Van Agt en Lubbers in één persoon. Laten we dus ook de katholieke nostalgie van Fortuyn, omhangen met Moeder en Maria, niet onderschatten. Het helpt het consistente verzet van Trouw (‘Gereformeerden liegen altijd’) verklaren, en ook de paniek een weerzin bij de andere kranten, de a-religieuze Telegraaf, het nog altijd enigszins anti-paapse NRC Handelsblad en natuurlijk de oud-katholieke Volkskrant.

Nostalgie

Nostalgie is wel omschreven als ‘herinnering waar de pijn uit verwijderd is’. Vandaar dat in de verheerlijking van het eigen verleden het plezier het ook altijd wint van de klachten over het heden. De tv grossiert sinds jaar en dag in dit soort nostalgie: Toen was geluk heel gewoon, Het gevoel van (over muziek van weleer) etc. Als sociologisch sentiment drijft nostalgie op de veranderingen waar de geschiedenis voor zorgt en werkt als een aanpassingsmechanisme om overeind te blijven.

Opmerkelijk genoeg is de nostalgie waarop Fortuyn voortborduurt progressief begonnen. De hippies die voorwaarts terugwilden naar de niet meer bestaande natuur – joint én synthesizermuziek van Eight Miles High. De aanhangers van Den Uyl die in bruin corduroy voorwaarts-terug rondliepen uit solidariteit met de niet meer bestaande arbeiders. De identiteitsbewegingen zoals feministen en zwarten die op zoek waren naar een verloren, ‘vaste’ gemeenschap. De nostalgie heeft zich pas het afgelopen decennium verbreid over alle groepen van de bevolking, en dat is logisch. Nostalgie is een menselijke reflex tegen de dynamische ontevredenheid die het moderne kapitalisme eigen is.

Met de dubbele droom van voorwaarts libertijns hedonisme en radicale bestuurlijke modernisering én de terugkeer naar de wereld van de dienstplicht, de bakker en de slager die tevens raadslid zijn bedient Pim Fortuyn dus zowel de progressief als de reactionair. Alleen de conservatieven niet: de gevestigde partijen en de gevestigde media die zich in grote meerderheid nog steeds ‘links’ noemen, maar praktisch al lang verburgerlijkt en nostalgisch zijn (in VN is het gezin hét thema, en seks is van Opzij niet langer verplicht). Ideologisch is regentesk links een holle boom geworden: met één welgemikte trap omver te kegelen. Dat is wat Fortuyn heeft gedaan, en daarom is hij ook de held van vele jongeren. Ze worden ‘geil’ van iemand die bestaande barrières op wil ruimen, de waarheid zegt en elke bestaande logica tot in zijn logische eindpunt doortrekt. Plus ultra!

Fortuyn mag een Ross Perot zijn en het uiteindelijk afleggent egen iemand die nog in de coullissen staat. Dat overkomt revolutionairen wel vaker. Misschien wordt het een progressief die én economische modernisering én koesterende, nostalgische warmte aanbiedt zoals Bill (‘I feel your pain’) Clinton. Waarschijnlijk is dat niet, al heeft Fortuyn voor de zekerheid toch maar het woord ‘zorgzaam’ in zijn verkiezingsprogram opgenomen. De verkiezing van brekebeen en verbale stuntel George Bush jr in 2000 maakte al duidelijk dat de politieke grondstroom van nostalgie en woede, en niet de media of het mediagenieke karakter van de kandidaat, momenteel doorslaggevend is. Emoties, meer dan argumenten over ‘lastig dossier’ zussemezo, geven de doorslag. Vraag het Nixon tegenover Kennedy, Carter tegenover Reagan, Gore tegenover Bush.

Volgens Fortuyns bestseller accepteren PvdA en VVD geen enkele verantwoordelijkheid voor de puinhopen van Paars, ‘die als een soort natuurgebeuren de burger treffen in zijn bestaan’. Hij zet er een natuurgebeuren tegenover, zichzelf. Emotie drijft de mens, zeker de charismaticus à la Fortuyn, met zijn gewelde bezieling, ongelooflijke lef en dito bek. Maar hij zou nergens zijn zonder emotionele burgers die hem in al het breekbare, eenzame, overmoedige en woedende herkennen dat ze in zichzelf meedragen. Ze roepen nu ‘Hosannah!’ tegen de messias die zich niet, als Gulliver, met touwtjes als ‘kaders’ en ‘randvoorwaarden’ aan de grond laat snoeren. Ze weten dat het hoog spel is, dat weet Fortuyn ook.

Misschien haalt ie glorieus het laatste lijsttrekkersdebat eind april in Hennry Huisman’s Soundmixshow – u leest het goed, elke dag een noviteit, elke dag ‘keje lachen’. Misschien roept de aanhang morgen al ‘Kruisigt hem!’ Misschien vervalt ie voor die tijd al in een zware depressie. Maar ik zou er niet op rekenen als ik Paars was. Daarvoor botst de statische politiek teveel op de emotionele samenleving. En daar ligt the heart of the matter.

De schrijver is auteur van het boek Publieke Tranen. De drijfveren van de emotiecultuur. Contact 2002

 

Op deze pagina vindt u het artikel 'Reactionair modernisme'

- Artikel, Irak: Nederlandse media gijzelen zichzelf, december 2004
- Lezing, De beklemmende elite en Andre hazes, 2 oktober 2004
- Artikel de Gids, Nederlanders zijn anti-koloniaal of het verlangen naar getto's, mei/juni 2004
- Ingezonden brief, Columnisten tonen liever hun gelijk dan hun hart, de Volkskrant, 26 maart 2004
- Artikel, het verleden is een koektrommel? de Volkskrant, 25 februari 2004
- Ingezonden brief, Waarom die taboeïsering van het Huis der Historie? de Volkskrant, 25 februari 2003
- Artikel, Fragment, Trouw 3 maart 2003
- Opinie, Beheerst weldenkend, NRC Handelsblad 1 februari 2003
- Opinie, Met Cohen is het nu Amsterdam vs Rotterdam, Volkskrant, 21 januari 2003
- Opinie, De verstandige kiezer bestaat niet, 17 januari 2003
- Opinie, The medium is not the message, Volkskrant 14 januari 2003
- Interview, Het dedain van de elite stoort mij enorm, Groene Amsterdammer, 21 december 2002
- Opinie, Florida-toestanden dreigen bij verkiezingen, 25 November 2002
- Artikel, Elite: stop het schelden, 19 september 2002
- Artikel, De indruk van een afdruk, 11 augustus 2002
- Artikel, De koploze revolutie in Fort Knox, 15 mei 2002, 23.30 uur
- Opinie AD, De 151e zetel voor Pim, 7 mei 2002
- Een ooggetuigeverslag 6 mei 2002
- Interview P magazine, De onstuitbare opmars van de emotiecultuur - mei 2002
- Artikel, the medium is not the message, 5 mei 2002
- Interview Humanist, mei 2002
- Interview Erasmus Magazine - 25 april 2002
- Artikel, Kern Fortuyn's succes: reactionair modernisme - NRC, 23 maart 2002
- Opinie, Journalisten moeten pen scherpen - Volkskrant, 13 maart 2002
- Interview Flair magazine -  maart 2002
- Interview HP de Tijd - 15 februari 2002
- Opinie, Fortuyn en de Emo-revolutie - Trouw, 13 februari 2002
- De Maxima Show - Elsevier 9 februari 2002
- Interview Volkskrant - 2 februari 2002

Alle documenten zijn beschikbaar in PDF formaat. U heeft hier Acrobat Reader voor nodig. Wanneer u dit nog niet heeft geïnstalleerd kunt u het hier gratis downloaden.

Adobe PDF

 


webmaster

Best viewed with Internet Explorer 5.0 or higher