|
Je blijft er in
lezen, in ‘Journalisten in Nederland’. En dat wil wat zeggen,
want het betreft een pil van 550 bladzijden tekst. De eerste 150
bladzijden zijn gewijd aan de globale historische ontwikkeling van een
tiental genres zoals reporters, opiniemakers, parlementaire
journalisten, correspondenten, interviewers, schrijvers,
oorlogsjournalisten en ‘vrouwen’, afgesloten met een te summier
‘groepsportret’ over de Werdegang van het beroep van ‘de journalist’.
Daarna worden 48
portretten geschetst van gerenommeerde journalisten sinds 1850. Het
zijn trefzekere portretten, gelardeerd met mooie citaten. Hagen maakt
er mensen van vlees en bloed van, en geeft hun journalistieke,
politieke of letterkundige betekenis beknopt maar terzake weer.
Kortom, een onmisbare Who is Who in 150 jaar persgeschiedenis.
Niets dan lof? Nee.
De 44 mannen en vier vrouwen zijn alle bekend tot overbekend. Een
greep: Busken Huet, Abraham Kuyper, Domela Nieuwenhuis, P.J.
Troelstra, S.F. van Oss, H. Roland Holst, M.J. Brusse, M. Van
Blankenstein, Max Blokzijl, H.M. van Randwijk, Jeanne Roos,, J.L.
Heldring, Bibeb, W.L. Brugsma, Henry Faas, H.J.A. Hofland, Renate
Rubinstein, Rudie van Meurs, Cisca Dresselhuys, Paul Witteman, Bart
Middelburg en Frénk van der Linden.
Zij staan volgens
Hagen ‘model voor een krant, een tijdperk, een stroming, een genre of
een type journalist’. Specialismen als economische journalistiek of
sportjournalistiek komen in het hele verhaal niet voor. Het lijkt wel
of alle beschrevenen helden van Hagen persoonlijk zijn. Belangrijker
omissies: de regionale journalistiek ontbreekt en de naoorlogse
Telegraaf heeft blijkbaar evenmin een ‘stroming, genre of type
journalist’ opgeleverd die de moeite van aparte aandacht waard is.
Journalisten als Laurens ten Cate, G.B.J. Hilterman, Henk van der
Meyden of Kees Lunshof worden met enkele zinnen afgedaan.
Hier wreekt zich de
werkwijze: hij koos vooral journalisten wier werk in boeken is
gebundeld of die al eerder zijn geportretteerd. Zijn boek is daarom
bijna vlekkeloos historisch verantwoord. Deze kracht is tegelijk de
zwakte: een belangrijk deel van de journalistiek die ons al vele
decennia omringt, en niet alleen het ‘vertroste’ deel, blijft een
onbeschreven blad. Dit mooie naslagwerk vraagt daarom om magnum opus,
deel 2.
Henri Beunders
Hoogleraar
geschiedenis van maatschappij, media en cultuur Erasmus Universiteit |