|
Het nieuwste
boek(je) van Susan Sontag is een aanrader voor iedereen die wil
nadenken over het effect van gruwelbeelden, zoals foto’s, van het
lijden van anderen. Toch valt het tegen.
Dit dubbele gevoel
na het lezen typeert wel haar lange essay. Het is zus maar soms ook
zo. Beelden kunnen afstompen, maar soms ook niet. Er zijn te veel
gruwelijke beelden in omloop, maar ze zijn toch nodig. Beelden moeten
tot noodzakelijke overdenking leiden over het waarom van het lijden,
maar er zijn nauwelijks nog plechtige, niet-commerci”ele plekken over
die daarvoor geschikt zijn. In een galerie? In een winkelpassage? In
een Benneton-reclame? Dat leidt tot het wrange gevoel van exploitatie.
In en boek? Dat kun je te snel dichtslaan.
Het museum? Dat is
misschien beste plek, zeker als het over het lijden in het verleden
gaat, zoals van de Amerikaanse slaven, voor wie zo’n museum nog steeds
niet bestaat. Eigen aandeel in het lijden van anderen blijkt moeilijk
te verdragen, net zoals het zien van lijden van geliefden, zoals de
Twin Towers bewees. Liever zien we lijden ver weg, in exotische oorden
als Afrika. In dit soort analyses is Sontag op haar best.
Voor hedendaags
lijden elders is het museum te ver weg van de politieke actie. Dan
prefereert ze toch dat beelden-bombardement via de media, waarover ze
zich vroeger zoveel zorgen maakte.
Erudiet en belezen
als Sontag is, passeren allerlei namen – Woolf, Bataille, Capa - en
gruwelbeelden – van Goya, Holocaust, Vietnam, Bosni”e - de revue,
zonder de besproken beelden erbij af te drukken. Met al die namen en
voorbeelden roert ze andere aspecten van het onderwerp aan, ook het
genot dat het zien van andermans pijn bij sommigen oplevert.
Deze slingerende
stijl belet een scherpe focus, leidt wel tot veel momenten van inzicht
of tegenspraak, maar het algemene beeld na afloop is diffuus. Is de
ene vaststelling gedaan, dan volgt het tegendeel. Zo noemt ze foto’s
behalve voor actie ook nodig voor de herinnering. Maar teveel
herinnering staat het vergeten, en dus de vrede, in de weg. En ondanks
het nut van dat beelden-bombardement vindt ze een verhaal toch beter
dan een foto. Om haar essay te eindigen met de bekende uitspraak dat
verhaal noch foto het mogelijk maakt ons voor te stellen hoe het
werkelijk was, zoals soldaten, journalisten, hulpverleners en
overlevenden die aan de gruweldood zijn ontsnapt altijd weer hebben
betoogd.
Zo blijft de lezer,
ondanks alle mooie citaten en scherpe formuleringen, achter met een
gevoel van sprakeloosheid. Maar misschien is dit wel de kern van zowel
het fenomeen gruwelfoto als van de eigen ervaring bij het meemaken van
gruwelen. Te vermoeden is dat dit ook haar eigen ervaring was in het
belegerde Serajewo tien jaar geleden, waar ze heen trok uit sympathie
met de moslims, en om de wereld op te roepen er in te grijpen. Over
haar ervaring daar met het zien van de pijn van anderen, en over het
effect van haar acties, schrijft ze niets. En dat had ik zo graag
willen lezen, wat de titel ook beloofde, welke effecten het gewild of
ongewild zien van de pijn van anderen heeft op de kijker, erbij staand
of van een afstand.
Het essay is het
resultaat van het heroverdenken van haar beroemde boek Over Fotografie
uit 1975. Eerlijk schrijft ze dat ze niet meer zo zeker is of ze toen
gelijk had met haar klacht dat teveel gruwelbeelden afstompen of haar
stelling dat het effect ervan generatiegebonden is. Nu is het vooral
enerzijds-anderzijds. Kijkers zijn of lafaards of voyeurs, maar toch:
‘Laat de beelden ons achtervolgen’.
Oproepen tot
politieke actie, zoals toen in Serajewo, doet ze ook niet meer. Want
ze beseft dat gruwelfoto’s kunnen leiden tot vrede en verzoening, maar
ook tot de roep om interventie of wraak. President Bush legitimeerde
zijn oorlog tegen Afghanistan en Irak immers ook met beelden, die van
de Twin Towers. En Sontag verzette zich tegen die oorlogen, waar ze
overigens ook niet over schrijft.
Zo is haar
conclusie wel zeer algemeen: we moeten meer overdenken dan herdenken,
vooral wat onze eigen rol in andermans ellende is: ‘Voor deze taak
leveren de pijnlijke, ontroerende beelden slechts een eerste vonk’.
Wie kan het hier mee oneens zijn?
Susan Sontag,
Kijken naar de pijn van anderen
De Bezige Bij.
Amsterdam 2003 (125 blz.)
In: Psychologie Magazine - Oktober |