Media Matters

 

home | e-mail | English | Zoeken

In het nieuws
Publicaties         
 Boeken
 Artikelen
 Recensies
Persoonlijk           
Interactief
Contact
Publicaties - Recensies
 

WAT IS EEN MEDIAHYPE?

Recensie van:

Peter Vasterman, Mediahype. Aksant 2004. 317 blz. (diss.)

Er wordt tegenwoordig zo veel gesproken over het fenomeen ‘mediahype’, dat we de discussie erover zelf bijna een ‘mediahype’ zouden kunnen noemen. Als we tenminste wisten wat het was. In de een-na-laatste Dikke Van Dale (1995) komt het woord nog niet voor, zo nieuw is het.

Groot waren dus de verwachtingen bij het verschijnen van het proefschrift Mediahype van mediasocioloog Peter Vasterman die hierop in februari aan de UvA promoveerde. Vasterman, docent aan de School voor de Journalistiek, is bijna twintig jaar bezig geweest, alleen of met studenten, om allerhande onderwerpen die zorgden voor ‘nieuwsgolven’ in de kranten te turfen, de vierkante centimeters tekst te meten en in een chronologisch verband te zetten, en er vervolgens artikelen over te publiceren. Vasterman werd ‘de hypedokter’ van Nederland.

Deze casuïstiek – zinloos geweld, seksueel misbruik en de nasleep van de Bijlmerramp -  vormen het empirische deel van zijn dissertatie, nu rijkelijk geïllustreerd met  grafieken over de bergen en dalen in deze nieuwsgolven. Hiermee is het boek een nuttig naslagwerk voor hen die willen weten waar ‘Oude Pekela’, ‘Yolanda’ of ‘Meindert Tjoelker’ ook al weer precies over ging, en vooral: hoe de media hierover berichtten, wat en hoeveel. Hij beschrijft minutieus hoe ‘de media’ ‘verontrustende golven van incidenten’ creëren en wat de gevolgen zijn voor de beeldvorming rond een persoon of issue.

Vasterman’s conclusie is zeer kritisch over ‘de media’: ze doen na het uitbreken van een key event die de nieuwslawine in werking zet, aan meutevorming, zorgen zo voor ongenuanceerde dreigingsbeelden, onnodige verontrusting onder de bevolking en voor onbezonnen reacties bij overheden. Dit provocatieve element in deze media-kritische studie is lovenswaardig. Ook de minutieuze beschrijving van het verloop van diverse ‘mediahypes’ in de kranten, want ‘de media’ zijn bij hem kranten. En wie kan het oneens zijn met zijn oproep aan ‘de journalistiek’ dat ze zich niet zo moet laten meeslepen, zich meer bewust moet zijn van de eigen bijdrage aan het creëren van een ‘mediahype’, door alles en nog wat erbij te slepen, als het maar in het frame van het key event lijkt te passen.

Het probleem van het boek zit hem in de onzekerheid van de definitie. Waarom zijn de Twin Towers en de daaropvolgende oorlog in Afghanistan/Irak, of de euforie/hysterie rond een gewonnen EK/WK geen hype? En is de berichtgeving over de gekkekoeien-ziekte of het ‘versterven’ in verpleeghuizen dat wel? Is de benoeming van iets tot ‘mediahype’ niet vooral een waardeoordeel over ‘al die opwinding in de media’ die de gebruiker van de term steevast belachelijk, overdreven, misplaatst vindt? De grote aandacht destijds voor ‘het milieu’ of nu voor het ‘anti-meerookbeleid’ noemt bijna niemand een hype. Omdat de meeste mensen het ermee eens zijn dat hier zoveel media-aandacht naar uitgaat. Terwijl we van beide onderwerpen net zo weinig feiten kennen als over die gekkekoeienziekte of die ‘giflading’ in het El Al-toestel dat in 1992 op een flat in Bijlmer neerstortte.

Vasterman besloot, na jarenlange worsteling, een ‘waardevrije’ definitie te kiezen. Ook wilde hij de berichtgeving tijdens de ‘mediahype’ niet toetsen aan ‘de werkelijkheid’. Dat was zijns inziens ondoenlijk en irrelevant, omdat media in zijn ogen geen neutrale bemiddelaars zijn maar ook zelf nieuws kunnen maken. Daarom kun je ‘de werkelijkheid’ en de ‘media-werkelijkheid’ vaak toch niet uit elkaar houden.

Na tientallen definities te hebben geprobeerd, koos hij als belangrijkste element in zijn definitie de aanjagende rol van de media, ‘die een golf van vervolgnieuws creëren, daarmee weer allerlei maatschappelijke reacties oproepen, om die vervolgens ook weer als nieuws te verslaan’. Ofwel: ‘Een mediahype is een mediabrede, snel piekende nieuwsgolf die één gebeurtenis als startpunt heeft en die voor het grootste deel het gevolg is van zichzelf versterkende processen bij de nieuwsproductie’.

Deze definitie roept vooral vragen op, ook over de operationele bewijsvoering die voortvloeit uit deze definitie. Omdat hij geen toetsing van de realiteit, noch een toetsing van de disproportionaliteit in zijn definitie of bewijsvoering opneemt, is de definitie in wezen tautologisch: een key event is een key event omdat de media er een key event van maken.

Daarbij, ga je niet toch van het realiteitsgehalte uit als je stelt dat in ‘mediahypes’ een ‘aanjagende rol’ van de media vaststelbaar is? Dan ga je immers uit van eenzelfde situatie zónder die ‘aanjagende rol’. En ga je stilzwijgend ook uit van een drempel onder welke de hoeveelheid aandacht ‘normaal’ is en boven welke de hoeveelheid aanacht ‘overdreven’ is.

Maar kunnen we überhaupt objectief weten wat dé gerechtvaardigde hoeveelheid aandacht voor iets is?

En als er geen objectief criterium is, wie bepaalt dan op subjectieve wijze dát er sprake was/is van overdreven en eenzijdige aandacht? ‘Een onafhankelijke nieuwsmonitor’, zo stelt Vasterman in de laatste zin van zijn proefschrift voor. Maar kranten, radio en tv zijn de onafhankelijke nieuwsmonitoren! Mediahypes behoren tot het moderne systeem van de media. Kunnen we hier niet beter mee leren leven dan dat we daarboven een, ongetwijfeld door de staat gesubsidieerde (en gestuurde) commissie zetten, die af en toe zegt tut-tut-ho-ho?

Vruchtbaarder is meer geld voor meer onderzoek. Want een van de meest intrigerende vragen -  waaróm ontstaat een key event? - blijft onbeantwoord. Hier komt de auteur niet verder dan dat er vaak emotie in het spel is, en er sterk conflicterende meningen in de maatschappij bestaan over een bepaald onderwerp, zoals over drugs, geweld, seksualiteit en gezondheid. Dat wisten we dankzij alle wetenschappers die het fenomeen van de moral panics bestudeerden al vele decennia.

Als het nut van een sociaal-psychologische geschiedschrijving van maatschappij en mentaliteit ergens wordt bewezen, dan wel als het gaat om ‘mediahypes’. Want ondanks al die minutieus geanalyseerde case studies en goed beschreven mechanismen binnen de nieuwsproductie, blijft de vraag of ‘de media’ wel  the heart of the matter zijn. Voor een antwoord op de vraag ‘waarom déze ‘mediahype’ nú?’ is bijna integrale maatschappijgeschiedenis nodig die niet de hype maar de context centraal stelt. Daarom zouden vervolgstudies zich ook niet zozeer moeten richten op inventarisatie van vele incidenten – daarvoor heeft Vasterman een mooi kader gegeven -  maar op één of enkele gevallen, afgezet tegen een vergelijkbaar niet-hype incident, of afgezet tegen vergelijkbare situaties in het buitenland.

Dan zou er ook meer aandacht zijn om het andere grote manco van deze studie te ondervangen. Vasterman spreekt in zijn definitie van een ‘mediabrede, snel piekende nieuwsgolf’, en terecht. Kranten alléén lijken tegenwoordig nog wel een ‘mediahype’ te kunnen veroorzaken – zie prins Bernhard-brief – maar de echte opwinding begint pas als radio en televisie het item overnemen. Pas daarna breekt de frenzy van het eindeloze reageren op elkaar, met al die politici/beleidsmakers en zaakwaarnemers en deskundigen, los - tot soms orkaankracht. Daarom is het vreemd dat Vasterman zich alleen beperkt tot inventarisatie van kranten, iets wat door de drukopdeknop-technologie van de krantendatabases overigens wel begrijpelijk is. Maar als de kern van de definitie ‘mediabreed’ is, moeten de gevallen ook ‘mediabreed’ worden onderzocht.

Een ding staat vast: Vastermans dissertatie Mediahype kan voor vervolgstudies als een zeer nuttig uitgangspunt dienen.

Henri Beunders

Hoogleraar geschiedenis van maatschappij, media en cultuur

 

Op deze pagina vindt u de recensie van het boek 'Mediahype van Peter Vasterman, nog te verschijnen in Tijdschrift ROest.

Voor meer informatie over dit boek, zie www.vasterman.nl

 

Een overzicht van Recensies:
- Peter Vasterman, Mediahype
- Susan Sontag, Kijken naar de pijn van anderen
- Fotoboeken , foto en herinnering
- Piet Hagen, Journalisten in Neder-land
- Piet de Rooy, Republiek van rivaliteiten
 
 
 

 

 

Voor meer informatie omtrent mijn laatste boek Publieke tranen, de drijfveren van de emotiecultuur kunt u hier klikken.

 


webmaster

Best viewed with Internet Explorer 5.0 or higher